A1 · Beginner

Bijvoeglijke naamwoorden en de uitzondering bij een het-woord

Leer wanneer een Nederlands bijvoeglijk naamwoord een -e krijgt en pas de belangrijke uitzondering na een correct toe bij een enkelvoudig het-woord.

By the flumi team About 5 min read 13 vocabulary words

Een bijvoeglijk naamwoord geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Je zegt bijvoorbeeld een rode fiets of een groot huis. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal -e.

Na deze les kun je:

  • een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord gebruiken;
  • bepalen wanneer je -e toevoegt;
  • de vorm zonder -e kiezen na een bij een enkelvoudig het-woord.

Meestal voeg je e toe

Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal een -e. Dit gebeurt bij een de-woord, bij een bepaald het-woord en bij een meervoud.

Woord met lidwoord Woordgroep Regel
de fiets de rode fiets de-woord: + e
een fiets een rode fiets de-woord: + e
het huis het grote huis bepaald het-woord: + e
de huizen de grote huizen meervoud: + e
  • Ik koop de blauwe jas.
  • Zij heeft een kleine hond.
  • We wonen in het oude huis.
  • De winkel verkoopt mooie boeken.

De uitzondering bij een het-woord

Staat er een voor één het-woord? Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal geen -e.

Basiswoord Met het Met een
het huis het grote huis een groot huis
het kind het jonge kind een jong kind
het boek het nieuwe boek een nieuw boek
het raam het kleine raam een klein raam

Onthoud de combinatie een + enkelvoudig het-woord. Alleen in die basiscombinatie laat je de -e meestal weg: een klein dorp.

Kijk naar het lidwoord van het zelfstandig naamwoord, niet naar de letters aan het einde.

✓ een mooie tafel — het is de tafel

✓ een mooi boek — het is het boek

✗ een mooie boek

Bij een meervoud meestal e

Een meervoud heeft het lidwoord de. Daarom krijgt een gewoon bijvoeglijk naamwoord voor een meervoud -e, ook als het enkelvoud een het-woord is.

Enkelvoud Meervoud
een groot huis twee grote huizen
een nieuw boek drie nieuwe boeken
een jong kind vier jonge kinderen

Het boek is nieuw. Ik koop twee nieuwe boeken.

Het kind is jong. In de tuin spelen drie jonge kinderen.

Na zijn komt geen e

Staat het bijvoeglijk naamwoord na zijn? Dan staat het niet direct voor het zelfstandig naamwoord en voeg je geen -e toe.

Voor het zelfstandig naamwoord Na zijn
de rode auto De auto is rood.
het grote huis Het huis is groot.
de nieuwe schoenen De schoenen zijn nieuw.

Vergelijk:

  • Ik heb een oude fiets. De fiets is oud.
  • Zij koopt een klein boek. Het boek is klein.

Quick check

Try one question now.

1
Bij de deur staat de fiets. De fiets is rood.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

De spelling bij e

Als je -e toevoegt, pas je soms de spelling aan om de klank gelijk te houden.

Basisvorm Vorm met e Voorbeeld
groot grote een grote kamer
duur dure een dure telefoon
wit witte een witte muur
dik dikke een dikke jas
lief lieve een lieve buurvrouw
grijs grijze een grijze broek
  • Bij een lange klinker schrijf je vaak één klinker in de open lettergreep: groot → grote.
  • Bij een korte klinker verdubbel je vaak de medeklinker: wit → witte.
  • Een laatste f of s verandert bij sommige woorden in v of z: lief → lieve, grijs → grijze.

Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een bijzondere vorm. Leer bij twijfel de woordgroep als geheel of zoek de vorm op.

Zo kies je de vorm

Volg deze stappen:

  1. Staat het bijvoeglijk naamwoord na zijn? Gebruik de basisvorm.
  2. Staat het voor een zelfstandig naamwoord? Kijk naar het lidwoord.
  3. Is het een + enkelvoudig het-woord? Gebruik meestal de basisvorm zonder -e.
  4. Gebruik in de andere basisgevallen de vorm met -e.

Kort samengevat

Situatie Vorm Voorbeeld
de-woord meestal + e de rode fiets, een rode fiets
bepaald het-woord + e het rode huis
meervoud meestal + e rode huizen
een + enkelvoudig het-woord meestal geen e een rood huis
na zijn geen e Het huis is rood.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

13 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 13 words and review them later.

Veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden

13 words

Last updated October 11, 2026