Bijvoeglijke naamwoorden en de uitzondering bij een het-woord
Leer wanneer een Nederlands bijvoeglijk naamwoord een -e krijgt en pas de belangrijke uitzondering na een correct toe bij een enkelvoudig het-woord.
Een bijvoeglijk naamwoord geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Je zegt bijvoorbeeld een rode fiets of een groot huis. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal -e.
Na deze les kun je:
- een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord gebruiken;
- bepalen wanneer je -e toevoegt;
- de vorm zonder -e kiezen na een bij een enkelvoudig het-woord.
Meestal voeg je e toe
Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal een -e. Dit gebeurt bij een de-woord, bij een bepaald het-woord en bij een meervoud.
| Woord met lidwoord | Woordgroep | Regel |
|---|---|---|
| de fiets | de rode fiets | de-woord: + e |
| een fiets | een rode fiets | de-woord: + e |
| het huis | het grote huis | bepaald het-woord: + e |
| de huizen | de grote huizen | meervoud: + e |
- Ik koop de blauwe jas.
- Zij heeft een kleine hond.
- We wonen in het oude huis.
- De winkel verkoopt mooie boeken.
De uitzondering bij een het-woord
Staat er een voor één het-woord? Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal geen -e.
| Basiswoord | Met het | Met een |
|---|---|---|
| het huis | het grote huis | een groot huis |
| het kind | het jonge kind | een jong kind |
| het boek | het nieuwe boek | een nieuw boek |
| het raam | het kleine raam | een klein raam |
Onthoud de combinatie een + enkelvoudig het-woord. Alleen in die basiscombinatie laat je de -e meestal weg: een klein dorp.
Kijk naar het lidwoord van het zelfstandig naamwoord, niet naar de letters aan het einde.
✓ een mooie tafel — het is de tafel
✓ een mooi boek — het is het boek
✗ een mooie boek
Bij een meervoud meestal e
Een meervoud heeft het lidwoord de. Daarom krijgt een gewoon bijvoeglijk naamwoord voor een meervoud -e, ook als het enkelvoud een het-woord is.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| een groot huis | twee grote huizen |
| een nieuw boek | drie nieuwe boeken |
| een jong kind | vier jonge kinderen |
Het boek is nieuw. Ik koop twee nieuwe boeken.
Het kind is jong. In de tuin spelen drie jonge kinderen.
Na zijn komt geen e
Staat het bijvoeglijk naamwoord na zijn? Dan staat het niet direct voor het zelfstandig naamwoord en voeg je geen -e toe.
| Voor het zelfstandig naamwoord | Na zijn |
|---|---|
| de rode auto | De auto is rood. |
| het grote huis | Het huis is groot. |
| de nieuwe schoenen | De schoenen zijn nieuw. |
Vergelijk:
- Ik heb een oude fiets. De fiets is oud.
- Zij koopt een klein boek. Het boek is klein.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
De spelling bij e
Als je -e toevoegt, pas je soms de spelling aan om de klank gelijk te houden.
| Basisvorm | Vorm met e | Voorbeeld |
|---|---|---|
| groot | grote | een grote kamer |
| duur | dure | een dure telefoon |
| wit | witte | een witte muur |
| dik | dikke | een dikke jas |
| lief | lieve | een lieve buurvrouw |
| grijs | grijze | een grijze broek |
- Bij een lange klinker schrijf je vaak één klinker in de open lettergreep: groot → grote.
- Bij een korte klinker verdubbel je vaak de medeklinker: wit → witte.
- Een laatste f of s verandert bij sommige woorden in v of z: lief → lieve, grijs → grijze.
Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een bijzondere vorm. Leer bij twijfel de woordgroep als geheel of zoek de vorm op.
Zo kies je de vorm
Volg deze stappen:
- Staat het bijvoeglijk naamwoord na zijn? Gebruik de basisvorm.
- Staat het voor een zelfstandig naamwoord? Kijk naar het lidwoord.
- Is het een + enkelvoudig het-woord? Gebruik meestal de basisvorm zonder -e.
- Gebruik in de andere basisgevallen de vorm met -e.
Kort samengevat
| Situatie | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| de-woord | meestal + e | de rode fiets, een rode fiets |
| bepaald het-woord | + e | het rode huis |
| meervoud | meestal + e | rode huizen |
| een + enkelvoudig het-woord | meestal geen e | een rood huis |
| na zijn | geen e | Het huis is rood. |
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
13 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 13 words and review them later.
Veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden
13 wordsLast updated October 11, 2026