Grammar learning path · A1 Beginner
Lidwoorden en verkleinwoorden.
Een Nederlands zelfstandig naamwoord komt vaak met de, het of een. Je leert wat bepaald en onbepaald betekent en past die kennis toe wanneer een woord met -je of -tje een verkleinwoord wordt.
3 lessons8 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1
First lesson · De en het bij zelfstandige naamwoorden
What you'll learn.
- De, het en een bij bekende zelfstandige naamwoorden kiezen.
- Bepaalde en onbepaalde verwijzing in korte zinnen onderscheiden.
- Eenvoudige verkleinwoorden vormen en als het-woord gebruiken.
Before you start.
- Je herkent een woord voor een persoon, dier, ding of plaats.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1De en het bij zelfstandige naamwoorden
Leer zelfstandige naamwoorden als de-woord of het-woord en gebruik in het meervoud altijd de.
- 2Lesson 2Het onbepaalde lidwoord een
Introduceer één onbekende persoon of zaak met een en onderscheid het lidwoord van het getal één.
- 3Lesson 3Eenvoudige verkleinwoorden met -je en -tje
Maak eenvoudige verkleinwoorden met -je en -tje en gebruik daarbij in het enkelvoud altijd het.
Ready?
De en het bij zelfstandige naamwoorden.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.