Grammar learning path · A2 Elementary
Spellingtekens en klankwisselingen.
Correct spellen vraagt soms informatie die je niet rechtstreeks hoort. Je gebruikt tekens om uitspraak en lettergreepgrenzen te verduidelijken, leert gelijkklinkende lettercombinaties als woordbeeld en controleert eindletters met woordfamilies.
First lesson · Het trema bij botsende klinkers
What you'll learn.
- Trema, koppelteken en accent volgens hun eigen functie gebruiken.
- IJ/ei en au/ou met betrouwbare strategieën spellen.
- Eindletters en v/f- of z/s-wisselingen via langere vormen controleren.
Before you start.
- Je kent Nederlandse lettergrepen en veelvoorkomende klinkercombinaties.
- Je kunt eenvoudige woordfamilies herkennen.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Het trema bij botsende klinkers
Scheid klinkers uit verschillende lettergrepen met een trema en gebruik bij samenstellingen juist een koppelteken.
- 2Lesson 2Accenten voor nadruk en uitspraak
Gebruik accenten spaarzaam voor nadruk en behoud vaste accenten die bij de spelling van leenwoorden horen.
- 3Lesson 3IJ of ei en au of ou spellen
Kies ij, ei, au of ou met woorddelen, woordfamilies, betekenis en een betrouwbare naslagbron.
- 4Lesson 4Eindklanken en wisselingen tussen d en t, v en f, z en s
Controleer d en t aan het woordeinde en herken wisselingen tussen v-f en z-s via langere woordvormen.
Ready?
Het trema bij botsende klinkers.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.