B1 · IntermediateLesson 4 of 4

Gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden

Leer waarom erop en daarmee vaak worden gesplitst, plaats er, hier of daar natuurlijk in het middenstuk en zet het voorzetseldeel op de juiste plek.

By the flumi team About 8 min read 44 vocabulary wordsGrammar learning path: Met er en voornaamwoordelijke bijwoorden verwijzen

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan als één woord staan: Ik wacht erop. In een langere zin worden de twee delen vaak gescheiden: Ik heb er drie weken op gewacht. Die splitsing is een centraal onderdeel van natuurlijke Nederlandse woordvolgorde.

Na deze les kun je:

  • compacte en gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden herkennen;
  • er, hier of daar vroeg in het middenstuk plaatsen;
  • het voorzetseldeel bij het werkwoord of achter in het middenstuk zetten;
  • betekenis en nadruk behouden wanneer je de delen scheidt.

Eén betekenis, twee plaatsen

Een combinatie als erop bestaat uit een verwijsdeel en een voorzetseldeel.

  • er verwijst naar een eerder genoemd ding of onderwerp;
  • op hoort bijvoorbeeld bij wachten op of reageren op.

Bij een voorzetselvoorwerp dat naar een zaak verwijst, gebruik je er/hier/daar + voorzetseldeel als je de zaak door een voornaamwoord vervangt: Ik wacht erop kan wel, maar Ik wacht op het niet. Dit geldt voor voorzetsels die een voornaamwoordelijk bijwoord kunnen vormen. Niet elk voorzetsel kan dat: sinds, volgens en wegens bijvoorbeeld niet. Je kunt dan de zaak herhalen: volgens het plan. Voor een persoon gebruik je wel een voorzetsel met een persoonlijk of vragend voornaamwoord; zie sectie 6.

Bij twee voorzetsels verandert de vorm: met wordt mee (ermee, daarmee) en tot wordt toe (ertoe, waartoe). Ook bij splitsing gebruik je mee en toe: Ik werk er graag mee en Waar dient dit toe?

Vergelijk:

Compact Gesplitst
Ik wacht erop. Ik wacht er al lang op.
Zij praat daarover. Zij praat daar liever niet over.
We werken hiermee. We werken hier elke dag mee.
Hij denkt eraan. Hij denkt er vaak aan.

Zodra andere informatie tussen de delen komt, is de gesplitste vorm vaak het natuurlijkst.

Er staat meestal vroeg

Er is onbeklemtoond en staat daarom meestal vroeg in het middenstuk, vaak direct na de persoonsvorm en het onderwerp.

Het middenstuk is alles tussen de persoonsvorm en de laatste werkwoorden. De werkwoordelijke eindgroep zijn die laatste werkwoorden: Ik | heb | er gisteren nog naar | gezocht.

  • Ik heb er gisteren nog naar gezocht.
  • We willen er morgen rustig over praten.
  • Zij kan er niet goed tegen.
  • Amir is er trots op.

Het voorzetseldeel staat verder naar rechts. Een infinitief of voltooid deelwoord kan nog later komen: Ik wil er morgen op terugkomen en We hebben er lang over nagedacht.

Zoek de twee polen: het korte er wil vroeg staan; het betekenisdragende voorzetseldeel blijft dicht bij het woord waarmee het een vaste combinatie vormt.

Hier en daar kunnen nadruk krijgen

Hier en daar kunnen beklemtoond zijn. Ze staan daarom vaker vooraan of op een plaats met contrast.

Het onbeklemtoonde er als verwijsdeel van een voornaamwoordelijk bijwoord kan niet zelfstandig op de eerste zinsplaats staan. Vergelijk: Daar heb ik lang op gewacht is correct; Er heb ik lang op gewacht is niet correct. Met er zeg je: Ik heb er lang op gewacht.

  • Daar wil ik niet over praten, maar over het nieuwe plan wel.
  • Hier heb ik lang naar gezocht.
  • Ik ben daar erg blij mee.
  • Kunnen we hier later op terugkomen?

Als de delen direct naast elkaar staan, schrijf je ze aaneen: Daarover wil ik niet praten en Hiernaar heb ik lang gezocht. Staan er woorden tussen, dan schrijf je ze apart.

Een zin kan vaak zowel compact als gesplitst zijn. De keuze hangt af van ritme, lengte en nadruk; de vaste combinatie en verwijzing blijven gelijk.

De werkwoordelijke eindgroep

In een zin met twee of meer werkwoorden staat het voorzetseldeel meestal vóór de werkwoordelijke eindgroep.

  • Ik heb er niet meer aan gedacht.
  • We zullen daar morgen over beslissen.
  • Zij wil hier graag mee doorgaan.
  • Omdat ik er niets van begreep, vroeg ik uitleg.

Bij een scheidbaar werkwoord moet je goed bepalen welk deel bij welk woord hoort. In Ik kom er later op terug vormen terugkomen op en de verwijzing er ... op samen het patroon. Op is hier het voorzetsel van terugkomen op; terug is het afgescheiden werkwoorddeel.

Quick check

Try one question now.

1
De uitslag komt vandaag. Omdat ik al weken op wacht, kijk ik steeds op mijn telefoon.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Niet elk klein woord is hetzelfde soort deel

Vergelijk deze zinnen:

  • Ik bel hem morgen op. — op hoort bij het scheidbare werkwoord opbellen.
  • Ik wacht er morgen op. — op hoort bij wachten op en er vervangt het ding.
  • Ik let er morgen op. — er ... op verwijst naar iets bij letten op.

Je kunt het verschil testen met de infinitief: opbellen is één werkwoord, maar wachten op iets en letten op iets zijn een werkwoord plus vaste voorzetselcombinatie.

Voeg niet automatisch er toe bij elk scheidbaar werkwoord. In Ik ruim de kamer op vervangt er niets en is het dus niet nodig.

Bijzinnen en vragen

Ook in een bijzin kan een voornaamwoordelijk bijwoord worden gesplitst.

  • Ik blijf thuis omdat ik er rustig over wil nadenken.
  • Zij zegt dat ze daar niet mee akkoord gaat.
  • We weten niet of hij er al op heeft gereageerd.

In een vraag met waar zie je hetzelfde patroon:

  • Waar heb je zo lang op gewacht?
  • Waar wil zij met de manager over spreken?
  • Waarmee kan ik dit openen? — compact, omdat er niets tussen staat.

Bij een persoon gebruik je voorzetsel + wie: Op wie heb je gewacht? en Met wie ga je akkoord?

Betrekkelijke zinnen

Ook in een betrekkelijke zin kun je de delen naast elkaar of gesplitst gebruiken.

  • Het plan waarover we spraken. — compact
  • Het plan waar we lang over hebben gesproken. — gesplitst

Bij een persoon gebruik je ook hier voorzetsel + wie: de collega met wie we spraken.

Grenzen van de splitsing

Je kunt de twee delen niet willekeurig over losse zinnen verdelen. Ze moeten binnen dezelfde grammaticale eenheid blijven en de verwijzing moet helder zijn.

  • helder: Het voorstel is aangepast. We stemmen er morgen over.
  • onduidelijk: In de map liggen drie voorstellen. We stemmen er morgen over. Welk voorstel bedoel je?
  • binnen een bijzin: Ik weet dat hij er lang over nadacht. Niet: Ik weet dat hij er lang nadacht over.

Let op de verschillende gebruiken van er:

  • Presentatief: in Er zijn drie voorstellen kondigt er aan dat iets bestaat.
  • Verwijsdeel: in We stemmen erover verwijst er naar een eerder genoemd voorstel en vormt het samen met over een voornaamwoordelijk bijwoord.
  • Kwantitatief: in Er staan er drie hoort het tweede er bij het aantal drie en verwijst het naar wat je telt, bijvoorbeeld stoelen; het eerste er is presentatief.
  • Plaatsaanduidend: in Ik woon er al jaren verwijst er naar een eerder genoemde plaats, zonder voorzetseldeel.

Een compacte vorm kan handig zijn wanneer de zin kort is: Ik reken erop. Een gesplitste vorm voorkomt een zware woordgroep vooraan: Ik reken er eerlijk gezegd niet meer op.

Volledige zin: We hebben drie weken op de bevestiging gewacht.

Met verwijzing: We hebben er drie weken op gewacht.

Met een bijzin: Omdat we er drie weken op hadden gewacht, reageerden we meteen.

Stappenplan

  1. Zoek de combinatie, bijvoorbeeld nadenken over iets.
  2. Vervang het ding door er, hier, daar of in een vraag waar.
  3. Zet het korte verwijsdeel vroeg als de zin andere middenstukinformatie bevat.
  4. Laat het voorzetseldeel verder rechts staan: We denken er morgen over na.
  5. Schrijf de delen alleen aaneen als ze direct naast elkaar staan.

Zo ontstaat uit We denken over het probleem na de natuurlijke verwijzing: We denken er morgen verder over na.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

44 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 44 words and review them later.

Woorden voor gesplitste verwijzingen

44 words

Last updated October 11, 2026