All paths

Grammar learning path · B1 Intermediate

Met er en voornaamwoordelijke bijwoorden verwijzen.

Er en woorden als erop, daarmee en hieraan dragen veel informatie in weinig letters. Je leert hun verschillende verwijzende functies herkennen en plaatst de delen daarna natuurlijk in langere zinnen.

4 lessons15 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1

First lesson · Presentatief er bij een onbepaald onderwerp

What you'll learn.

  • Presentatief er van plaatselijke en voorzetselgebonden functies onderscheiden.
  • Er-, hier- en daarvormen met het juiste vaste voorzetsel maken.
  • Voornaamwoordelijke bijwoorden compact of gesplitst correct plaatsen.

Before you start.

  • Je kent veelvoorkomende vaste werkwoord-voorzetselcombinaties.
  • Je kunt korte voornaamwoorden in een eenvoudige hoofdzin plaatsen.

Lessons in this path.

Take them in order
  1. 1
    Lesson 1
    Presentatief er bij een onbepaald onderwerp

    Introduceer met presentatief er een nieuw, onbepaald onderwerp en laat de persoonsvorm met het echte onderwerp overeenkomen.

  2. 2
    Lesson 2
  3. 3
    Lesson 3
    Hier- en daarwoorden met een voorzetsel

    Gebruik hier- om iets te presenteren en daar- om terug of contrasterend te verwijzen, telkens met het vaste voorzetsel.

  4. 4

Ready?

Presentatief er bij een onbepaald onderwerp.

Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.