't kofschip en het voltooidΒ deelwoord
Gebruik 't kofschip om bij regelmatige werkwoorden de uitgang -d of -t van het voltooid deelwoord correct te kiezen, ook bij leven en reizen.
Waarom hoor je het verschil niet altijd?
Een regelmatig voltooid deelwoord eindigt op -d of -t: geleerd en gewerkt. Aan het einde van een woord klinken d en t vaak hetzelfde. Daarom helpt het ezelsbruggetje 't kofschip bij de spelling.
leren β leer β geleerd
werken β werk β gewerkt
Het ezelsbruggetje geldt voor regelmatige werkwoorden. Bij een onregelmatige vorm als gekocht of geschreven moet je het voltooid deelwoord apart leren.
De letters van 't kofschip
De medeklinkers in 't kofschip zijn:
- t
- k
- f
- s
- ch
- p
Eindigt de oorspronkelijke stamklank op een van deze stemloze medeklinkers? Dan krijgt het voltooid deelwoord -t. Na een andere medeklinker of een klinker komt meestal -d.
| Laatste klank | Uitgang | Voorbeeld |
|---|---|---|
| t, k, f, s, ch, p | -t | werken β gewerkt |
| andere medeklinker | -d | bellen β gebeld |
| klinker | -d | roeien β geroeid |
Bij moderne werkwoorden werkt de regel ook voor dezelfde klanken. Zo hoort de x van faxen bij de s-klank: gefaxt.
Zo bepaal je de uitgang
Volg bij een regelmatig werkwoord deze stappen:
- Neem het hele werkwoord, bijvoorbeeld maken.
- Haal -en weg en bepaal de laatste oorspronkelijke medeklinker: k.
- Staat die letter of klank in 't kofschip? Kies dan -t; kies anders -d.
- Maak bij een eenvoudig werkwoord het deelwoord met ge-, de geschreven stam en de gekozen uitgang: gemaakt.
| Hele werkwoord | Beslissende letter | Geschreven stam | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|---|
| maken | k | maak | gemaakt |
| fietsen | s | fiets | gefietst |
| lachen | ch | lach | gelacht |
| bellen | l | bel | gebeld |
| wonen | n | woon | gewoond |
| roeien | klinker | roei | geroeid |
Of een werkwoord ge- krijgt, is een aparte keuze. 't Kofschip bepaalt alleen de laatste letter. Daarom eindigen ook vormen zonder ge-, zoals betaald en verhuisd, volgens dezelfde regel.
De verleden tijd geeft dezelfde keuze: werkte β gewerkt en leerde β geleerd. Weet je een van beide vormen, dan kun je de andere controleren.
Leven en reizen: kijk naar het hele werkwoord
Bij sommige werkwoorden verandert v in f of z in s wanneer je de stam schrijft. Gebruik voor de uitgang de oorspronkelijke letter in het hele werkwoord.
| Hele werkwoord | Oorspronkelijke letter | Geschreven stam | Juiste vorm |
|---|---|---|---|
| leven | v | leef | geleefd |
| geloven | v | geloof | geloofd |
| reizen | z | reis | gereisd |
| verhuizen | z | verhuis | verhuisd |
De geschreven stam van leven eindigt op f, maar de v van leven staat niet in 't kofschip. Daarom schrijf je geleefd, niet geleeft. Hetzelfde gebeurt bij gereisd.
Kijk bij een stam op f of s altijd even terug naar het hele werkwoord. Een oorspronkelijke v of z vraagt om -d.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Geen dubbele d of t aan het einde
Eindigt de geschreven stam al op d of t? Schrijf aan het einde van het voltooid deelwoord geen dubbele letter.
- zetten β zet + t β gezet
- praten β praat + t β gepraat
- antwoorden β antwoord + d β geantwoord
- wachten β wacht + t β gewacht
De uitgang is grammaticaal aanwezig, maar in de spelling zie je maar één d of t aan het woordeinde.
Wanneer gebruik je het ezelsbruggetje niet?
't Kofschip kiest alleen de uitgang van regelmatige verleden tijden en voltooide deelwoorden. Het bepaalt niet de -t van de tegenwoordige tijd.
Bij onregelmatige werkwoorden moet je de vorm leren: schrijven β geschreven, brengen β gebracht en kopen β gekocht. Je kunt hun uitgang niet betrouwbaar met 't kofschip maken.
Kort samengevat
- Gebruik 't kofschip voor regelmatige werkwoorden.
- Na t, k, f, s, ch en p kies je -t; anders meestal -d.
- Kijk bij leven en reizen naar de oorspronkelijke v en z: geleefd, gereisd.
- Schrijf aan het einde geen dubbele d of t: gezet, geantwoord.
- Pas het ezelsbruggetje niet toe op de tegenwoordige tijd of op onregelmatige werkwoorden.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
19 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known β or save it to study later.
Save any of these 19 words and review them later.
Regelmatige deelwoorden met d of t
19 wordsLast updated October 11, 2026