A1 · BeginnerLesson 1 of 2

Hoofdtelwoorden en aantallen

Leer Nederlandse hoofdtelwoorden van nul tot duizend lezen, schrijven en gebruiken voor aantallen, prijzen, leeftijden en eenvoudige metingen.

By the flumi team About 5 min read 41 vocabulary wordsGrammar learning path: Getallen, volgorde en datums

De hoofdtelwoorden geven een aantal aan: één, twee, tien of honderd. Je gebruikt ze om te tellen, een leeftijd te noemen, een prijs te lezen en een hoeveelheid te geven.

Na deze les kun je:

  • de getallen van nul tot honderd lezen en schrijven;
  • grotere ronde getallen herkennen;
  • aantallen, prijzen en eenvoudige metingen correct noemen.

Van nul tot twintig

De eerste twintig getallen moet je goed kennen. Veel grotere getallen bouw je met deze woorden.

Getal Woord Getal Woord
0 nul 10 tien
1 een / één 11 elf
2 twee 12 twaalf
3 drie 13 dertien
4 vier 14 veertien
5 vijf 15 vijftien
6 zes 16 zestien
7 zeven 17 zeventien
8 acht 18 achttien
9 negen 19 negentien
20 twintig

Een zonder accent is meestal een lidwoord: een boek. Eén met accenten is het getal en krijgt nadruk: één boek, niet twee boeken.

De tientallen

Leer eerst de ronde tientallen.

Getal Woord Getal Woord
20 twintig 60 zestig
30 dertig 70 zeventig
40 veertig 80 tachtig
50 vijftig 90 negentig

Bij 21 tot en met 99 noem je eerst de eenheid, dan en, en daarna het tiental.

De vormen links van de pijl zijn alleen een luisterhulp: zo hoor je de opbouw. Je schrijft altijd de vorm rechts van de pijl, zonder streepjes.

  • 21: een-en-twintig → eenentwintig
  • 34: vier-en-dertig → vierendertig
  • 58: acht-en-vijftig → achtenvijftig
  • 76: zes-en-zeventig → zesenzeventig

Je schrijft het hele getal als één woord.

Begin rechts bij het cijfer: in 47 zie je eerst zeven en daarna veertig. Samen wordt dat zevenenveertig.

Het trema in tweeëntwintig en drieëndertig

Bij twee en drie botsen de klinkers met en. Het trema laat zien waar het nieuwe deel begint.

Getal Juiste spelling
22 tweeëntwintig
23 drieëntwintig
32 tweeëndertig
43 drieënveertig

Vergeet het trema niet bij tweeën- en drieën-.

✓ tweeëntwintig, drieënveertig

✗ tweeentwintig, drieenveertig

Quick check

Try one question now.

1
Op het scorebord staat 0. Welk woord hoort daarbij?

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Honderd en duizend

Ook getallen met honderd schrijf je als één woord.

Getal Woord
100 honderd
125 honderdvijfentwintig
200 tweehonderd
350 driehonderdvijftig
1.000 duizend

De punt in 1.000 helpt om een groot getal te lezen. Bij een getal onder duizend gebruik je geen punt: 950.

Boven duizend schrijf je de delen met een spatie: 2.300 is tweeduizend driehonderd.

De bibliotheek heeft driehonderdvijftig boeken.

In het dorp wonen duizend mensen.

De winkel verkoopt vandaag honderdvijfentwintig kaarten.

Aantallen, leeftijden en prijzen

Na een hoofdtelwoord staat het zelfstandig naamwoord meestal in het meervoud.

Woord Met een aantal
de appel drie appels
het boek vier boeken
het kind twaalf kinderen
de fiets twintig fietsen

Bij één gebruik je het enkelvoud: één appel, één boek, één kind.

Bij geld, tijd, maten en afstanden blijft het woord na een getal in het enkelvoud.

Gewoon aantal Geld, tijd of maat
drie appels, vier boeken drie euro, twee uur, vijf kilo, tien jaar, honderd meter

Voor een leeftijd gebruik je jaar: Ik ben achtentwintig jaar. Voor een prijs gebruikt het Nederlands een komma tussen de euro's en de centen.

  • € 2,50: twee euro vijftig
  • € 12,75: twaalf euro vijfenzeventig
  • € 100: honderd euro

Bij een meting gebruik je ook een komma: De fles bevat 1,5 liter water. Je leest dat als één komma vijf liter.

Kort stappenplan

  1. Leer nul tot twintig uit het hoofd.
  2. Leer de tientallen twintig tot negentig.
  3. Noem bij 21 tot 99 eerst de eenheid: zesenveertig.
  4. Schrijf een getal tot en met duizend als één woord. Boven duizend schrijf je de delen met een spatie: tweeduizend driehonderd.
  5. Gebruik een trema in vormen als tweeënveertig en drieënzestig.
  6. Gebruik een komma in een decimaal getal en in een geldbedrag.
Je wilt noemen... Voorbeeld
een aantal drie boeken
een leeftijd achtentwintig jaar
een prijs € 12,75
een meting 1,5 liter

Vraag naar een aantal met hoeveel: Hoeveel boeken zijn er? Antwoord bijvoorbeeld: Er zijn zeven boeken.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

41 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 41 words and review them later.

Woorden voor aantallen, tijd en maten

41 words

Last updated October 11, 2026