Hoofdtelwoorden en aantallen
Leer Nederlandse hoofdtelwoorden van nul tot duizend lezen, schrijven en gebruiken voor aantallen, prijzen, leeftijden en eenvoudige metingen.
De hoofdtelwoorden geven een aantal aan: één, twee, tien of honderd. Je gebruikt ze om te tellen, een leeftijd te noemen, een prijs te lezen en een hoeveelheid te geven.
Na deze les kun je:
- de getallen van nul tot honderd lezen en schrijven;
- grotere ronde getallen herkennen;
- aantallen, prijzen en eenvoudige metingen correct noemen.
Van nul tot twintig
De eerste twintig getallen moet je goed kennen. Veel grotere getallen bouw je met deze woorden.
| Getal | Woord | Getal | Woord |
|---|---|---|---|
| 0 | nul | 10 | tien |
| 1 | een / één | 11 | elf |
| 2 | twee | 12 | twaalf |
| 3 | drie | 13 | dertien |
| 4 | vier | 14 | veertien |
| 5 | vijf | 15 | vijftien |
| 6 | zes | 16 | zestien |
| 7 | zeven | 17 | zeventien |
| 8 | acht | 18 | achttien |
| 9 | negen | 19 | negentien |
| 20 | twintig |
Een zonder accent is meestal een lidwoord: een boek. Eén met accenten is het getal en krijgt nadruk: één boek, niet twee boeken.
De tientallen
Leer eerst de ronde tientallen.
| Getal | Woord | Getal | Woord |
|---|---|---|---|
| 20 | twintig | 60 | zestig |
| 30 | dertig | 70 | zeventig |
| 40 | veertig | 80 | tachtig |
| 50 | vijftig | 90 | negentig |
Bij 21 tot en met 99 noem je eerst de eenheid, dan en, en daarna het tiental.
De vormen links van de pijl zijn alleen een luisterhulp: zo hoor je de opbouw. Je schrijft altijd de vorm rechts van de pijl, zonder streepjes.
- 21: een-en-twintig → eenentwintig
- 34: vier-en-dertig → vierendertig
- 58: acht-en-vijftig → achtenvijftig
- 76: zes-en-zeventig → zesenzeventig
Je schrijft het hele getal als één woord.
Begin rechts bij het cijfer: in 47 zie je eerst zeven en daarna veertig. Samen wordt dat zevenenveertig.
Het trema in tweeëntwintig en drieëndertig
Bij twee en drie botsen de klinkers met en. Het trema laat zien waar het nieuwe deel begint.
| Getal | Juiste spelling |
|---|---|
| 22 | tweeëntwintig |
| 23 | drieëntwintig |
| 32 | tweeëndertig |
| 43 | drieënveertig |
Vergeet het trema niet bij tweeën- en drieën-.
✓ tweeëntwintig, drieënveertig
✗ tweeentwintig, drieenveertig
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Honderd en duizend
Ook getallen met honderd schrijf je als één woord.
| Getal | Woord |
|---|---|
| 100 | honderd |
| 125 | honderdvijfentwintig |
| 200 | tweehonderd |
| 350 | driehonderdvijftig |
| 1.000 | duizend |
De punt in 1.000 helpt om een groot getal te lezen. Bij een getal onder duizend gebruik je geen punt: 950.
Boven duizend schrijf je de delen met een spatie: 2.300 is tweeduizend driehonderd.
De bibliotheek heeft driehonderdvijftig boeken.
In het dorp wonen duizend mensen.
De winkel verkoopt vandaag honderdvijfentwintig kaarten.
Aantallen, leeftijden en prijzen
Na een hoofdtelwoord staat het zelfstandig naamwoord meestal in het meervoud.
| Woord | Met een aantal |
|---|---|
| de appel | drie appels |
| het boek | vier boeken |
| het kind | twaalf kinderen |
| de fiets | twintig fietsen |
Bij één gebruik je het enkelvoud: één appel, één boek, één kind.
Bij geld, tijd, maten en afstanden blijft het woord na een getal in het enkelvoud.
| Gewoon aantal | Geld, tijd of maat |
|---|---|
| drie appels, vier boeken | drie euro, twee uur, vijf kilo, tien jaar, honderd meter |
Voor een leeftijd gebruik je jaar: Ik ben achtentwintig jaar. Voor een prijs gebruikt het Nederlands een komma tussen de euro's en de centen.
- € 2,50: twee euro vijftig
- € 12,75: twaalf euro vijfenzeventig
- € 100: honderd euro
Bij een meting gebruik je ook een komma: De fles bevat 1,5 liter water. Je leest dat als één komma vijf liter.
Kort stappenplan
- Leer nul tot twintig uit het hoofd.
- Leer de tientallen twintig tot negentig.
- Noem bij 21 tot 99 eerst de eenheid: zesenveertig.
- Schrijf een getal tot en met duizend als één woord. Boven duizend schrijf je de delen met een spatie: tweeduizend driehonderd.
- Gebruik een trema in vormen als tweeënveertig en drieënzestig.
- Gebruik een komma in een decimaal getal en in een geldbedrag.
| Je wilt noemen... | Voorbeeld |
|---|---|
| een aantal | drie boeken |
| een leeftijd | achtentwintig jaar |
| een prijs | € 12,75 |
| een meting | 1,5 liter |
Vraag naar een aantal met hoeveel: Hoeveel boeken zijn er? Antwoord bijvoorbeeld: Er zijn zeven boeken.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
41 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 41 words and review them later.
Woorden voor aantallen, tijd en maten
41 wordsLast updated October 11, 2026