A1 · BeginnerLesson 2 of 4

Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Leer regelmatige Nederlandse werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoegen met de stam, stam plus t en het hele werkwoord in dagelijkse zinnen.

By the flumi team About 5 min read 12 vocabulary wordsGrammar learning path: Regelmatige en scheidbare werkwoorden

Met de tegenwoordige tijd praat je bijvoorbeeld over een gewoonte, een feit of iets dat nu gebeurt. Bij een regelmatig werkwoord bouw je de vormen met de stam en het hele werkwoord.

Na deze les kun je:

  • een regelmatig werkwoord bij elk onderwerp vervoegen;
  • kiezen tussen de stam, de stam + t en het hele werkwoord;
  • een mededeling, een ontkenning en een vraag maken.

Het basispatroon

Gebruik voor ik de stam. Gebruik voor jij/je, u, hij, zij/ze en het de stam + t. Bij wij/we, jullie en meervoudig zij/ze gebruik je het hele werkwoord.

Onderwerp Vorm van werken Regel
ik ik werk stam
jij/je jij werkt stam + t
u u werkt stam + t
hij/zij/ze/het hij werkt stam + t
wij/we wij werken heel werkwoord
jullie jullie werken heel werkwoord
zij/ze zij werken heel werkwoord

Onthoud drie korte groepen: ik werk, jij/hij werkt en wij/jullie/zij werken.

Begin met de stam

De stam is meestal gelijk aan de ik-vorm. Je begint met het hele werkwoord en haalt -en weg. Soms verandert de spelling om dezelfde klank te houden.

Heel werkwoord Stam Ik-vorm
werken werk ik werk
maken maak ik maak
wonen woon ik woon
reizen reis ik reis
vinden vind ik vind

De spelling van de stam krijgt een eigen uitleg in de les over het vinden van de stam. Controleer de stam voordat je een uitgang toevoegt.

De uitgang t

Voeg bij jij/je, u, hij, zij/ze en het een t aan de stam toe.

  • Jij maakt een foto.
  • U woont in een rustige straat.
  • Mijn broer werkt in een winkel.
  • Het kind leert een nieuw woord.

Eindigt de stam al op t? Voeg dan geen tweede t toe: wachten → ik wacht → hij wacht.

Eindigt de stam op d? De toegevoegde t blijft zichtbaar: vinden → ik vind → zij vindt.

Schrijf nooit twee keer t omdat de stam al op t eindigt.

✓ Hij wacht op de bus.

✗ Hij wachtt op de bus.

Wanneer gebruik je de tegenwoordige tijd?

De Nederlandse tegenwoordige tijd komt in verschillende dagelijkse situaties voor.

Gebruik Voorbeeld
een gewoonte Ik fiets elke dag naar het werk.
een feit De winkel opent om negen uur.
iets dat nu gebeurt Wij wachten op de trein.
een plan in de nabije toekomst Morgen werk ik thuis.

Een woord zoals morgen of volgende week kan duidelijk maken dat de zin over de toekomst gaat. Het werkwoord blijft dan in de tegenwoordige tijd.

Quick check

Try one question now.

1
Ik elke maandag in de bibliotheek. (werken)

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Een ontkenning maken

Gebruik niet om een handeling te ontkennen. De plaats van niet hangt van de rest van de zin af, maar in korte A1-zinnen staat het vaak na het werkwoord of later in de zin.

  • Ik werk niet op zondag.
  • Hij woont niet in Rotterdam.
  • Wij reizen vandaag niet.

Bij een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord gebruik je vaak geen: Zij koopt geen kaartje.

Een vraag stellen

Zet in een ja-neevraag het werkwoord voor het onderwerp.

Mededeling Vraag
Jij werkt vandaag. Werk jij vandaag?
U woont hier. Woont u hier?
Zij reist met de trein. Reist zij met de trein?
Jullie leren Nederlands. Leren jullie Nederlands?

Bij jij/je verdwijnt de toegevoegde -t als het onderwerp direct na het werkwoord staat: jij werkt, maar werk jij? Eindigt de stam zelf op t, dan blijft die letter staan: jij wacht, wacht jij?

Kort samengevat

  • Ik krijgt de stam: ik werk.
  • Jij/je, u, hij, zij/ze, het krijgen de stam + t: zij werkt.
  • Wij/we, jullie, zij/ze krijgen het hele werkwoord: wij werken.
  • In een vraag met jij/je valt alleen de toegevoegde t weg.
  • Controleer altijd eerst de spelling van de stam.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

12 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 12 words and review them later.

Regelmatige werkwoorden in dagelijkse zinnen

12 words

Last updated October 11, 2026