Telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden
Leer telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden onderscheiden en kies passende lidwoorden, meervouden en woorden voor aantallen en hoeveelheden.
Met een telbaar zelfstandig naamwoord kun je losse eenheden noemen: één boek, drie boeken. Een niet-telbaar zelfstandig naamwoord stelt iets meestal voor als een hoeveelheid, materiaal of geheel: water, rijst, informatie.
Na deze les kun je:
- telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden herkennen;
- passende lidwoorden en hoeveelheidswoorden kiezen;
- met een maat, verpakking of portie een niet-telbare hoeveelheid tellen.
Kun je losse eenheden tellen?
Een telbaar zelfstandig naamwoord heeft normaal een enkelvoud en een meervoud. Je kunt er direct een getal voor zetten. Een niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruik je in zijn gewone betekenis meestal alleen in het enkelvoud.
| Kenmerk | Telbaar | Niet-telbaar |
|---|---|---|
| met een | een stoel | niet: een rijst |
| direct met een getal | twee stoelen | niet: twee rijsten |
| meervoud | stoelen | meestal geen meervoud |
| hoeveelheid | veel stoelen | veel rijst |
Typische niet-telbare woorden noemen een stof, een materiaal, een abstract begrip of een verzameling: de melk, het hout, de informatie, het verkeer en de bagage.
De keuze tussen de en het staat los van telbaarheid: de melk en het hout zijn allebei niet-telbaar. Leer het lidwoord dus apart.
Probeer één en twee direct voor het woord te zetten. Klinken één stoel en twee stoelen logisch? Dan is stoel telbaar. Heb je een maat nodig, zoals twee kilo rijst? Dan is rijst niet-telbaar.
Lidwoorden bij telbare woorden
Een enkelvoudig telbaar woord heeft in een onbepaalde woordgroep meestal een. In het meervoud vervalt dat lidwoord.
- Er staat een fiets voor de deur.
- Er staan fietsen voor de deur.
- Ik zoek een appartement.
- In deze straat zijn appartementen te huur.
Als het om een bekende of bepaalde eenheid gaat, gebruik je de of het: de fiets van Noor, het appartement op de hoek.
Gebruik een niet vóór een meervoud.
✓ We hebben een stoel nodig.
✓ We hebben stoelen nodig.
✗ We hebben een stoelen nodig.
Niet-telbare woorden blijven meestal enkelvoud
Bij een onbepaalde hoeveelheid staat meestal geen lidwoord: We kopen brood en Ik heb informatie nodig. Een niet-telbaar woord krijgt doorgaans een enkelvoudige persoonsvorm.
| Niet-telbaar woord | Voorbeeld |
|---|---|
| de informatie | De informatie is duidelijk. |
| het nieuws | Het nieuws was verrassend. |
| de bagage | De bagage staat al in de hal. |
| het verkeer | Het verkeer wordt steeds drukker. |
| het meubilair | Het meubilair is gisteren geleverd. |
Sommige woorden zijn in een andere taal wel telbaar. Zeg in het Nederlands niet een informatie of informaties. Gebruik bijvoorbeeld een bericht, een gegeven of een stukje informatie.
Soms bestaat er naast een niet-telbaar woord een telbaar alternatief: het meubilair tegenover de meubels, en de bagage tegenover de koffers.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Woorden voor aantal en hoeveelheid
Sommige hoeveelheidswoorden passen alleen bij telbare woorden; andere kunnen bij beide soorten staan.
| Hoeveelheidswoord | Telbaar meervoud | Niet-telbaar enkelvoud |
|---|---|---|
| twee, drie, tien | drie boeken | — |
| enkele, een paar | enkele vragen | — |
| veel, weinig | veel vragen | veel tijd |
| genoeg, voldoende | genoeg stoelen | genoeg ruimte |
| wat | wat appels | wat kaas |
| een beetje | — | een beetje geduld |
| alle / al | alle boeken | al het water / al de melk |
| geen | geen stoelen | geen tijd |
| een aantal / een hoeveelheid | een aantal vragen | een hoeveelheid papier |
Voor de vergadering hebben we een paar stoelen, veel papier en wat koffie nodig. Er is genoeg ruimte, maar er zijn nog te weinig kopjes.
De stoelen en kopjes zijn losse eenheden; papier, koffie en ruimte worden als hoeveelheden voorgesteld.
Een maat of portie maakt tellen mogelijk
Je kunt een niet-telbare hoeveelheid tellen door een eenheid toe te voegen. De eenheid staat in het enkelvoud of meervoud; het materiaalwoord blijft onveranderd.
- een glas water, drie glazen water;
- een kilo rijst, twee kilo rijst;
- een stukje informatie, enkele stukjes informatie;
- een fles melk, vier flessen melk;
- een plak kaas, zes plakken kaas.
Bij veel maten blijft de maat na een getal in het enkelvoud: twee kilo rijst, drie liter water en vijf meter stof. Bij gewone verpakkingen gebruik je wel het meervoud: twee flessen melk.
De betekenis kan de telbaarheid veranderen
Hetzelfde woord kan telbaar of niet-telbaar zijn als de betekenis verandert.
| Niet-telbare betekenis | Telbare betekenis |
|---|---|
| Er ligt glas op straat. | Ik koop vier glazen. |
| Wij drinken graag koffie. | We bestellen twee koffies. |
| Ik eet weinig kip. | Er lopen drie kippen buiten. |
| Kaas wordt duurder. | De winkel verkoopt Nederlandse kazen. |
In twee koffies bedoel je twee kopjes of bestellingen. In Nederlandse kazen gaat het om verschillende soorten kaas.
Controleer je keuze in drie stappen:
- Bedoel je losse personen, dieren of dingen? Gebruik een telbare vorm.
- Bedoel je materiaal, inhoud of een geheel zonder losse eenheden? Gebruik een niet-telbare vorm.
- Wil je de hoeveelheid tellen? Voeg een maat, verpakking, portie of soort toe.
Telbaarheid hoort bij de betekenis in de zin. Leer daarom niet alleen het woord, maar ook de manier waarop het daar gebruikt wordt.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
41 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 41 words and review them later.
Telbare en niet-telbare woorden vergelijken
41 wordsLast updated October 11, 2026