Werkwoorden met een vast voorzetsel
Verdiep je kennis van Nederlandse werkwoorden met vaste voorzetsels, onderscheid nabije betekenissen en verwijs natuurlijk met er-, daar- en waarwoorden.
Bij een werkwoord als rekenen op, bijdragen aan of beschikken over hoort het voorzetsel bij de betekenis. Op B1 is niet alleen de juiste combinatie belangrijk: je moet haar ook kunnen gebruiken met voornaamwoorden, in bijzinnen en bij betekenisverschillen.
Na deze les kun je:
- frequente vaste werkwoordcombinaties nauwkeurig gebruiken;
- betekenisverschillen tussen combinaties herkennen;
- naar dingen verwijzen met er-woorden, daar-woorden en waar-woorden;
- het voorzetsel op de juiste plaats zetten in langere zinnen.
Het voorzetsel is onderdeel van het patroon
Leer een werkwoord samen met zijn aanvulling.
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| rekenen op | verwachten, vertrouwen op | We rekenen op uw komst. |
| bijdragen aan | helpen bij een resultaat | Fietsen draagt bij aan een schone stad. |
| beschikken over | kunnen gebruiken | De zaal beschikt over een lift. |
| deelnemen aan | meedoen met | Zij neemt deel aan het onderzoek. |
| bestaan uit | opgebouwd zijn uit | De cursus bestaat uit zes delen. |
| afhangen van | bepaald worden door | De keuze hangt af van de prijs. |
Een ander voorzetsel levert meestal geen vrije variant op. De cursus bestaat van zes delen is niet correct in deze betekenis.
Noteer ook het soort aanvulling: rekenen op iets/iemand, bestaan uit onderdelen, bijdragen aan een doel. Dat maakt later verwijzen eenvoudiger.
Eén werkwoord, verschillende combinaties
Sommige werkwoorden veranderen van betekenis met het voorzetsel.
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zorgen voor | verantwoordelijkheid nemen / veroorzaken | Zij zorgt voor haar vader. |
| zich zorgen maken over | bezorgd zijn | Zij maakt zich zorgen over zijn gezondheid. |
| bestaan uit | delen als samenstelling hebben | Het team bestaat uit vijf mensen. |
| denken aan | iets in gedachten houden | Ik denk aan mijn vakantie. |
| denken over | een onderwerp overwegen | We denken over een verhuizing. |
| vragen om | iets verzoeken | De klant vraagt om uitleg. |
| vragen naar | informatie zoeken over | De arts vraagt naar de klachten. |
Gebruik de betekenis van de hele zin. Een voorzetsel leren zonder context maakt zulke verschillen onzichtbaar.
Naar een ding verwijzen met er-woorden en daar-woorden
Bij een ding, idee of situatie vervang je voorzetsel + het/dat meestal door een voornaamwoordelijk bijwoord.
- We rekenen op het resultaat. → We rekenen erop.
- Zij draagt bij aan het plan. → Zij draagt eraan bij.
- De prijs hangt van de datum af. → De prijs hangt daarvan af.
- Het rapport gaat over de uitstoot. → Het rapport gaat daarover.
In een langere zin worden de delen vaak gesplitst: We rekenen er nog steeds op en De prijs hangt daar sterk van af.
Een er-woord kan ook vooruitwijzen naar een bijzin. Dit heet een voorlopig voorwerp:
- Ik reken erop dat je komt.
- Zij klaagt erover dat het te druk is.
- Wij twijfelen eraan of het lukt.
Hiermee, hierover en hiervan verwijzen meestal naar iets dat dichtbij is of net in de tekst is genoemd: Hierover spreken we later verder.
Gebruik voor een persoon meestal het voorzetsel met een persoonlijk voornaamwoord: Ik reken op haar. Erop verwijst hier normaal naar een ding, afspraak of situatie.
Vragen stellen
Bij dingen gebruik je vaak waar + voorzetsel; bij personen voorzetsel + wie.
- Waarop baseert de commissie haar besluit?
- Waarvan hangt de prijs af?
- Waaraan neemt uw organisatie deel?
- Op wie rekent de trainer?
- Met wie stemt de manager het plan af?
Ook vraagwoorden kunnen worden gesplitst: Waar hangt dat precies van af? Dat klinkt in gesprekken vaak natuurlijker dan Waarvan hangt dat precies af?
In een betrekkelijke bijzin gebruik je hetzelfde onderscheid: het plan waarover we spraken gaat over een ding; de collega met wie ik overleg gaat over een persoon.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Plaats in hoofdzin en bijzin
Het voorzetsel blijft inhoudelijk bij het werkwoord, maar hoeft er niet direct naast te staan.
- Hoofdzin: De planning hangt sterk van het weer af.
- Met verwijzing: De planning hangt er sterk van af.
- Bijzin: We weten dat de planning sterk van het weer afhangt.
- Bijzin met verwijzing: We weten dat de planning er sterk van afhangt.
Bij een scheidbaar werkwoord kan het vaste voorzetsel naast een werkwoorddeel staan. Analyseer beide structuren: afhangen is scheidbaar en vraagt bovendien van. Daarom: Het hangt ervan af of gesplitst Het hangt er sterk van af.
Werkwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord
Verwante woorden nemen niet altijd automatisch hetzelfde patroon over.
- reageren op een voorstel — een reactie op een voorstel;
- deelnemen aan een cursus — deelname aan een cursus;
- behoefte hebben aan rust — behoefte aan rust;
- geïnteresseerd zijn in techniek — interesse in techniek.
Vaak blijft het voorzetsel gelijk, maar controleer de combinatie. Belang hebben bij en belangrijk zijn voor laten zien dat vorm en betekenis samen het voorzetsel bepalen.
Volledig: Of de buurt deelneemt aan het project, hangt af van duidelijke informatie.
Met verwijzingen: Of de buurt eraan deelneemt, hangt daarvan af.
Gesplitst: Of de buurt er actief aan deelneemt, hangt daar voor een groot deel van af.
Veelgebruikte B1-combinaties
- zich voorbereiden op een gesprek;
- zich concentreren op een taak;
- twijfelen aan een verklaring;
- overtuigen van een voordeel;
- waarschuwen voor gladheid;
- beschermen tegen regen;
- klagen over lawaai;
- solliciteren naar een functie;
- stemmen op een kandidaat;
- overleggen met een collega over een planning.
Let bij wederkerende werkwoorden ook op zich: Ik bereid me voor op het gesprek en Wij concentreren ons op de opdracht.
Een controle in vier rondes
- Past de gekozen betekenis bij het werkwoord?
- Hoort dit vaste voorzetsel bij precies die betekenis?
- Verwijs je naar een persoon of een ding?
- Is de woordvolgorde natuurlijk in hoofdzin, bijzin en werkwoordelijke tang?
Controleer een twijfelgeval als volledige combinatie in een goed woordenboek. Zo leer je niet een losse lijst voorzetsels, maar bruikbare patronen.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
20 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 20 words and review them later.
Werkwoorden met vaste voorzetselpatronen
20 wordsLast updated October 11, 2026