Question 1
Bij de deur staat de _____ fiets. De fiets is rood.
Options: rood, rode, roode
Kies de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die bij de zin past.
Question 1
Bij de deur staat de _____ fiets. De fiets is rood.
Options: rood, rode, roode
Question 2
Zij wandelt met een _____ hond. De hond is klein.
Options: kleine, klein, kleiner
Question 3
We bezoeken het _____ huis op de hoek. Het huis is groot.
Options: groot, groote, grote
Question 4
Ik pas een jas uit de etalage. De jas is _____.
Options: nieuwe, nieuw, nieuwere
Question 5
Hij koopt een _____ telefoon. De telefoon kost veel geld.
Options: duur, dure, duure
Question 6
We vervangen het _____ raam. Het raam is oud.
Options: oud, oudde, oude
Question 7
De boekhandel verkoopt drie _____ boeken. De boeken zien er mooi uit.
Options: mooi, mooie, mooier
Question 8
In de tuin spelen vier _____ kinderen. De kinderen zijn jong.
Options: jonge, jong, jonger
Question 9
In het dorp liggen twee _____ straten. De straten zijn lang.
Options: lang, lange, langer
Question 10
De schilder verft de _____ muur. De muur is wit.
Options: witte, wite, wit
Question 11
Op een koude dag draagt Mila een _____ jas. De jas is dik.
Options: dike, dikke, dik
Question 12
We brengen bloemen naar onze _____ buurvrouw. Zij is erg lief.
Options: lief, liefe, lieve
Question 13
Hij kiest de _____ broek voor zijn werk. De broek is grijs.
Options: grijze, grijse, grijs
Question 14
Sara draagt een _____ shirt. Het shirt is blauw.
Options: blauw, blauwe, blauwere
Question 15
De sporter trekt zijn schoenen aan. Zijn voeten zijn _____.
Options: warme, warm, warmere
Practice De juiste vorm voor een zelfstandig naamwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using De juiste vorm voor een zelfstandig naamwoord in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.