Question 1
De makelaar toont ons _____. Het is ruim en heeft een tuin.
Options: een groot huis, een grote huis, het groot huis
Kies de juiste vorm. Let op een bij de-woorden en het-woorden, op het meervoud en op de plaats na zijn.
Question 1
De makelaar toont ons _____. Het is ruim en heeft een tuin.
Options: een groot huis, een grote huis, het groot huis
Question 2
Op het schoolplein speelt _____. Het kind is vijf jaar oud.
Options: een jonge kind, een jong kind, het jong kind
Question 3
Voor mijn cursus koop ik _____. Het boek is net verschenen.
Options: een nieuwe boek, een nieuw boek, het nieuw boek
Question 4
In de badkamer zit een _____ raam. Het raam is niet breed.
Options: klein, kleine, kleinere
Question 5
Tijdens de fietstocht bezoeken we _____ met maar twintig huizen.
Options: een mooi dorp, een mooie dorp, het mooi dorp
Question 6
We zoeken de auto op de parkeerplaats. De auto is _____.
Options: rode, rood, rodere
Question 7
Je ziet het huis al vanaf de weg. Het huis is _____.
Options: groot, grote, grotere
Question 8
De schoenen komen net uit de winkel. De schoenen zijn _____.
Options: nieuwe, nieuw, nieuwere
Question 9
Deze telefoon kost veel geld. De telefoon is _____.
Options: duur, dure, duurdere
Question 10
Onze buurvrouw helpt iedereen. Zij is erg _____.
Options: lieve, lief, lievere
Question 11
Een _____ boek ligt naast twee _____ boeken.
Options: nieuw, nieuwe, nieuwere, nieuwer
Question 12
Voor de keuken kies ik een _____ tafel.
Options: mooie, mooi, mooier
Question 13
De timmerman plaatst een _____ raam in de keuken.
Options: witte, wit, wittere
Question 14
Je zoekt de broek die bij het pak hoort. De broek is _____.
Options: grijze, grijs, grijzere
Question 15
Ik heb een _____ fiets. De fiets is _____.
Options: oude, oud, ouder, oudere
Practice Met een of na zijn with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Met een of na zijn in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.