Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Zij heeft kunnen terugkomen., gekund, teruggekomen.
Tik de woorden in de juiste volgorde om een zin of vraag te bouwen. Er blijven telkens twee woorden over. Let op hoofdletters en leestekens.
Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Zij heeft kunnen terugkomen., gekund, teruggekomen.
Question 2
Bouw de vraag: _____
Options: gemoeten, Heeft de arts moeten ingrijpen?, ingegrepen?
Question 3
Bouw de zin: _____
Options: gewild, getekend., Zij heeft niets willen tekenen.
Question 4
Bouw de zin: _____
Options: gelaten, Hij heeft de patiënt laten zitten., gezeten.
Question 5
Bouw de zin: _____
Options: Wij hebben iets horen kraken., gehoord, gekraakt.
Question 6
Bouw de zin: _____
Options: gehoeven, overgewerkt., Niemand heeft hoeven overwerken.
Question 7
De andere bezoekers gingen zitten. Vertel wat hij deed: _____
Options: Hij is blijven staan., heeft, gebleven
Question 8
Bouw de zin: _____
Options: besluiten, Zij heeft besloten te bemiddelen., bemiddeld.
Question 9
Het overleg eindigde in ruzie. Begin je reactie met een verwijzing naar die afloop: _____
Options: willen, hebben, Dat heeft niemand gewild.
Question 10
Bouw de zin: _____
Options: gemogen, Ik vermoed dat zij heeft mogen vertrekken., vertrokken.
Question 11
Bouw de zin met de reden achteraan: _____
Options: Ik vertrek, omdat niemand heeft hoeven te wachten., gehoeven, gewacht.
Practice Terugkijken: bouw de werkwoordgroep with this interactive sentence-building exercise of 11 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Terugkijken: bouw de werkwoordgroep in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.