Question 1
Na het ontbijt _____.
Options: hebben de gasten gaan wandelen, zijn de gasten gaan wandelen, zijn de gasten gegaan wandelen
Kies de passende vorm of werkwoordgroep. Let op het hulpwerkwoord, de woordvolgorde en werkwoorden die hun deelwoord behouden.
Question 1
Na het ontbijt _____.
Options: hebben de gasten gaan wandelen, zijn de gasten gaan wandelen, zijn de gasten gegaan wandelen
Question 2
De jas _____.
Options: heeft de hele nacht aan de kapstok blijven hangen, is de hele nacht aan de kapstok gebleven hangen, is de hele nacht aan de kapstok blijven hangen
Question 3
Mijn neef _____.
Options: is gisteren bij ons komen eten, heeft gisteren bij ons komen eten, is gisteren bij ons gekomen eten
Question 4
Omdat de laatste bus niet reed, _____.
Options: ben ik een taxi moeten bestellen, heb ik een taxi moeten bestellen, heb ik een taxi gemoeten bestellen
Question 5
Ik hoorde dat de toeristen wegens een kapotte lift _____.
Options: hebben gemoeten lopen, hebben moeten te lopen, hebben moeten lopen
Question 6
Uit de rekening bleek dat de huur vooraf _____.
Options: had moeten worden betaald, had gemoeten worden betaald, had moeten worden betalen
Question 7
Bij aankomst hoorde ik dat de fietsen al teruggebracht _____.
Options: hadden gemoeten worden, hadden moeten worden, hadden moeten geworden
Question 8
Onderweg hebben we _____, maar het tankstation was gesloten.
Options: geprobeerd tanken, proberen getankt, geprobeerd te tanken
Question 9
Vanwege de regen hebben we _____ in een café.
Options: besloten te schuilen, besluiten te schuilen, besloten schuilen
Question 10
Onze gastheer heeft _____.
Options: beloven ons bij het station op te halen, beloofd ons bij het station op te halen, beloofd ons bij het station ophalen
Question 11
We hebben de kerktoren vanuit de trein _____, maar we zijn er niet naartoe gelopen.
Options: zien, te zien, gezien
Question 12
Voor de wandeling heeft mijn vader zijn zware camera _____.
Options: thuisgelaten, thuislaten, thuis te laten
Question 13
Dankzij onze reservering hebben we bij de ingang niet _____.
Options: gehoeven te wachten, hoeven te wachten, hoeven te gewacht
Practice Onderweg en op bezoek: kies de juiste werkwoordgroep with this interactive fill-in-the-blank exercise of 13 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Onderweg en op bezoek: kies de juiste werkwoordgroep in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.