Question 1
_____ je de bestelling nog kunnen wijzigen?
Options: Hebt, Heb, Heeft
Kies de natuurlijke vorm en woordvolgorde voor vragen, ontkenningen en bijzinnen.
Question 1
_____ je de bestelling nog kunnen wijzigen?
Options: Hebt, Heb, Heeft
Question 2
_____ de kinderen hun eigen pizza mogen maken?
Options: Heeft, Heb, Hebben
Question 3
Door de storing heb ik het bestand _____.
Options: niet kunnen opslaan, kunnen niet opslaan, niet gekund opslaan
Question 4
De medewerker bracht onze koffers naar boven. Wij hebben ze _____.
Options: niet hoefden dragen, niet hoeven dragen, niet hoeven gedragen
Question 5
Ik heb niemand _____ met mijn vragen.
Options: gewild lastigvallen, willen lastiggevallen, willen lastigvallen
Question 6
De spelers waren moe, omdat ze _____.
Options: een uur hadden moeten rennen, hadden een uur moeten rennen, een uur hadden gemoeten rennen
Question 7
Ik weet dat ik _____.
Options: heb vorige week moeten invallen, vorige week heb moeten invallen, vorige week heb gemoeten invallen
Question 8
Met de zaklamp heb ik het huisnummer _____.
Options: gekund lezen, kunnen gelezen, kunnen lezen
Question 9
De gids zegt dat wij de oude boeken _____ aanraken.
Options: hebben mogen, heeft mogen, heb mogen
Question 10
De verpleegkundige vertelde dat ze een extra dienst _____ draaien.
Options: had gemoeten, had moeten, had gedraaid
Question 11
Waarom _____ jij de afspraak niet kunnen verzetten?
Options: hebt, heeft, heb
Question 12
Lotte zegt dat ze de laatste oefening _____.
Options: niet heeft hoeven maken, niet heeft hoefde maken, niet heeft hoeven gemaakt
Practice Vragen, ontkenningen en bijzinnen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vragen, ontkenningen en bijzinnen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.