Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Ik heb de verhuurder moeten bellen., gemoeten
Tik de woorden in de juiste volgorde. Bouw een zin volgens de basispatronen uit de les. Let op hoofdletters en leestekens. Eén woord hoort er telkens niet bij.
Question 1
Bouw de zin: _____
Options: Ik heb de verhuurder moeten bellen., gemoeten
Question 2
Bouw de zin: _____
Options: gemogen, Jullie hebben mogen meedoen.
Question 3
Bouw de zin: _____
Options: Heeft ze de sleutel kunnen vinden?, gekund
Question 4
Bouw de zin: _____
Options: gewild, We hebben niemand willen teleurstellen.
Question 5
Bouw de zin: _____
Options: Ik heb geen borg hoeven te betalen., gehoeven
Question 6
Bouw de zin: _____
Options: wilt, Dat hebben we gewild.
Question 7
Bouw de zin: _____
Options: Zij heeft naar buiten gemoeten., moest
Question 8
Bouw de zin: _____
Options: gemoeten, Oma zegt dat we hebben moeten omrijden.
Question 9
Bouw de zin: _____
Options: Niemand wist dat ik had mogen meekijken., gemogen
Question 10
Bouw de zin: _____
Options: gemoeten, Heb je moeten overstappen?
Practice Terugkijken: bouw de zin with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Terugkijken: bouw de zin in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.