Build the sentence

Terugkijken: bouw de zin

Tik de woorden in de juiste volgorde. Bouw een zin volgens de basispatronen uit de les. Let op hoofdletters en leestekens. Eén woord hoort er telkens niet bij.

0 / 10 sentences built0%

Question 1

Bouw de zin: _____

Options: Ik heb de verhuurder moeten bellen., gemoeten

Question 2

Bouw de zin: _____

Options: gemogen, Jullie hebben mogen meedoen.

Question 3

Bouw de zin: _____

Options: Heeft ze de sleutel kunnen vinden?, gekund

Question 4

Bouw de zin: _____

Options: gewild, We hebben niemand willen teleurstellen.

Question 5

Bouw de zin: _____

Options: Ik heb geen borg hoeven te betalen., gehoeven

Question 6

Bouw de zin: _____

Options: wilt, Dat hebben we gewild.

Question 7

Bouw de zin: _____

Options: Zij heeft naar buiten gemoeten., moest

Question 8

Bouw de zin: _____

Options: gemoeten, Oma zegt dat we hebben moeten omrijden.

Question 9

Bouw de zin: _____

Options: Niemand wist dat ik had mogen meekijken., gemogen

Question 10

Bouw de zin: _____

Options: gemoeten, Heb je moeten overstappen?

Practice Terugkijken: bouw de zin with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Terugkijken: bouw de zin in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.