Question 1
Het weer _____ plotseling veranderd.
Options: is, heeft, hebben
Kies het hulpwerkwoord dat bij de beweging, verandering of activiteit past.
Question 1
Het weer _____ plotseling veranderd.
Options: is, heeft, hebben
Question 2
De regen _____ eindelijk gestopt.
Options: heeft, is, hebben
Question 3
Ik ben nog nooit in Groningen _____.
Options: gezijn, zijn, geweest
Question 4
Noor is na de les nog een uur op school _____.
Options: gebleven, geblijfd, blijven
Question 5
Wat _____ er gisteren bij de ingang gebeurd?
Options: heeft, is, hebben
Question 6
We _____ in twintig minuten naar het station gefietst.
Options: hebben, waren, zijn
Question 7
We _____ een uur in het park gefietst.
Options: hebben, zijn, waren
Question 8
Amir _____ rechtstreeks naar Antwerpen gereden.
Options: heeft, is, hebben
Question 9
Mila _____ twee uur op het circuit gereden.
Options: is, zijn, heeft
Question 10
Het plan _____ na het gesprek veranderd.
Options: is, heeft, hebben
Question 11
Wij _____ het plan na het gesprek veranderd.
Options: zijn, hebben, is
Question 12
_____ jij goed aangekomen?
Options: Heb, Bent, Ben
Question 13
_____ de bijeenkomst al begonnen?
Options: Is, Heeft, Zijn
Question 14
_____ jullie na het feest nog lang gebleven?
Options: Hebben, Zijn, Bent
Question 15
De bus was op tijd; wij zijn niet te laat _____.
Options: komen, kwamen, gekomen
Practice Zijn of hebben kiezen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zijn of hebben kiezen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.