Fill in the blank

Wie heeft wat?

Kies de juiste vorm van hebben of de juiste vaste combinatie.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik _____ een nieuwe fiets.

Options: hebt, heb, heeft

Question 2

Jij _____ morgen een afspraak bij de dokter.

Options: hebt, heb, hebben

Question 3

Je _____ een mooie foto van de stad.

Options: heb, heeft, hebt

Question 4

U _____ om tien uur een afspraak met de tandarts.

Options: heeft, heb, hebben

Question 5

Hij _____ een broer en twee zussen.

Options: hebben, heeft, hebt

Question 6

Noor woont met haar kat. Zij _____ dus een huisdier.

Options: heb, hebben, heeft

Question 7

Het huis _____ een kleine tuin achter de keuken.

Options: hebben, heeft, heb

Question 8

Wij _____ vanmiddag een Nederlandse les.

Options: hebben, heeft, hebt

Question 9

Jullie _____ vandaag veel tijd voor de opdracht.

Options: hebt, heeft, hebben

Question 10

De kinderen zijn in de tuin. Zij _____ een nieuwe bal.

Options: hebben, heeft, hebt

Question 11

Mijn buren _____ drie kinderen.

Options: heeft, hebben, heb

Question 12

De kamer _____ twee grote ramen.

Options: heb, hebben, heeft

Question 13

Hij _____ na de lange wandeling.

Options: heeft honger, hebt honger, hebben honger

Question 14

We _____ om rustig te praten.

Options: hebt tijd, hebben tijd, heeft tijd

Question 15

Ik _____ na het fietsen.

Options: hebt dorst, heeft dorst, heb dorst

Practice Wie heeft wat? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie heeft wat? in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.