Fill in the blank

Wie of wat is het?

Kies de juiste vorm van zijn in de tegenwoordige tijd. Let goed op het onderwerp.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik _____ Mila en ik woon in Utrecht.

Options: ben, bent, is, zijn

Question 2

Jij _____ vandaag de eerste student in het lokaal.

Options: ben, bent, zijn, is

Question 3

Meneer De Jong, u _____ van harte welkom.

Options: ben, is, bent, zijn

Question 4

De nieuwe buurman werkt elke ochtend in de bakkerij. Hij _____ bakker.

Options: ben, bent, zijn, is

Question 5

Nora werkt de hele dag. Zij _____ nu moe.

Options: is, zijn, bent, ben

Question 6

Buiten sneeuwt het. Het _____ erg koud.

Options: zijn, is, ben, bent

Question 7

Mijn broer en ik hebben alles ingepakt. Wij _____ klaar om te vertrekken.

Options: is, bent, zijn, ben

Question 8

Sam en Vera, jullie _____ heel stil vandaag.

Options: ben, is, bent, zijn

Question 9

De kinderen spelen buiten. Zij _____ in het park.

Options: zijn, is, bent, ben

Question 10

Door de grote ramen lijkt de kamer ruim. De kamer _____ ook erg licht.

Options: bent, is, zijn, ben

Question 11

Ik zoek de sleutels. Ze _____ op de tafel in de keuken.

Options: ben, bent, zijn, is

Question 12

Mijn zoontje viert vandaag zijn verjaardag. Hij _____ vijf jaar.

Options: zijn, ben, bent, is

Question 13

Deze koffie _____ nog warm.

Options: is, zijn, ben, bent

Question 14

Het is negen uur. De winkel _____ nu open.

Options: bent, is, zijn, ben

Question 15

Mijn ouders zitten in de tuin. Ze _____ allebei buiten.

Options: ben, bent, zijn, is

Practice Wie of wat is het? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie of wat is het? in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.