Question 1
Ik _____ Mila en ik woon in Utrecht.
Options: ben, bent, is, zijn
Kies de juiste vorm van zijn in de tegenwoordige tijd. Let goed op het onderwerp.
Question 1
Ik _____ Mila en ik woon in Utrecht.
Options: ben, bent, is, zijn
Question 2
Jij _____ vandaag de eerste student in het lokaal.
Options: ben, bent, zijn, is
Question 3
Meneer De Jong, u _____ van harte welkom.
Options: ben, is, bent, zijn
Question 4
De nieuwe buurman werkt elke ochtend in de bakkerij. Hij _____ bakker.
Options: ben, bent, zijn, is
Question 5
Nora werkt de hele dag. Zij _____ nu moe.
Options: is, zijn, bent, ben
Question 6
Buiten sneeuwt het. Het _____ erg koud.
Options: zijn, is, ben, bent
Question 7
Mijn broer en ik hebben alles ingepakt. Wij _____ klaar om te vertrekken.
Options: is, bent, zijn, ben
Question 8
Sam en Vera, jullie _____ heel stil vandaag.
Options: ben, is, bent, zijn
Question 9
De kinderen spelen buiten. Zij _____ in het park.
Options: zijn, is, bent, ben
Question 10
Door de grote ramen lijkt de kamer ruim. De kamer _____ ook erg licht.
Options: bent, is, zijn, ben
Question 11
Ik zoek de sleutels. Ze _____ op de tafel in de keuken.
Options: ben, bent, zijn, is
Question 12
Mijn zoontje viert vandaag zijn verjaardag. Hij _____ vijf jaar.
Options: zijn, ben, bent, is
Question 13
Deze koffie _____ nog warm.
Options: is, zijn, ben, bent
Question 14
Het is negen uur. De winkel _____ nu open.
Options: bent, is, zijn, ben
Question 15
Mijn ouders zitten in de tuin. Ze _____ allebei buiten.
Options: ben, bent, zijn, is
Practice Wie of wat is het? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie of wat is het? in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.