Fill in the blank

Perspectief, tijd en werkwoord

Pas personen, tijd, plaats en werkwoordstijd aan het nieuwe vertelperspectief aan.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De verpleegkundige zegt _____.

Options: dat zij ons helpt, dat zij helpt ons, dat helpt zij ons

Question 2

Ik vertel over mijn gesprek met de nieuwe buurman en zeg dat _____ mijn gereedschap mag lenen.

Options: hem, hij, zijn

Question 3

De muzikanten vertellen dat zij _____ instrumenten zelf vervoeren.

Options: hen, zij, hun

Question 4

Bij het terugblikken op de verhuizing vertelde de chauffeur dat hij _____ opnieuw naar het oude adres was gereden.

Options: de volgende dag, de volgend dag, het volgende dag

Question 5

Op kantoor zei hij: "Ik werk hier." Vanuit huis vertel ik dat hij _____.

Options: daar werken, daar werkt, werkt daar

Question 6

Vanmorgen zei Noor: "Ik kom vanavond." Vanmiddag: Noor zei dat ze _____ komt.

Options: de vorige avond, de volgende avond, vanavond

Question 7

Zij zei dat de winkel toen _____.

Options: dicht was, was dicht, dicht geweest

Question 8

Zij zei dat de winkel op zondag altijd _____. De regel geldt nog.

Options: is dicht, dicht is, dicht zijn

Question 9

De gids beloofde dat ze na de lunch _____.

Options: zou gekomen, zou ze komen, zou komen

Question 10

De bewoner _____ de lift stuk was.

Options: vertelde mij dat, vertelde mij of, vertelde mij want

Question 11

De buurvrouw zei tegen mij _____ haar sleutel verdwenen was.

Options: want, dat, dan

Question 12

De beheerder vraagt zich af _____ de deur gesloten is.

Options: dat, dan, of

Question 13

De krant meldt _____.

Options: dat er vanavond zware wind wordt verwacht, want er vanavond zware wind wordt verwacht, dat wordt er vanavond zware wind verwacht

Question 14

De arts noemt het risico nadrukkelijk en _____ dat het medicijn slaperigheid kan veroorzaken.

Options: vraagt, waarschuwt, onderzoekt

Question 15

Tijdens het overleg vertelde Fatima aan Eva _____ de aanvraag zou indienen.

Options: dat haar, dat Fatima, dat zou Fatima

Practice Perspectief, tijd en werkwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Perspectief, tijd en werkwoord in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.