Fill in the blank

Vier betekenissen

Kies de juiste vorm of woordgroep. Let op betekenis, vragen en de infinitief.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik heb lang geoefend en het tillen lukt nu. Ik _____ de zware doos tillen.

Options: wil, kan, moet

Question 2

Jij hebt veel zwemles gehad en zwemt nu goed. Jij _____ honderd meter zwemmen.

Options: kunt, moet, kunnen

Question 3

Mila spreekt al jaren Nederlands. Zij _____ zonder hulp een Nederlandse krant lezen.

Options: kunnen, mag, kan

Question 4

Volgens de agenda is de kamer om drie uur vrij. Wij _____ daar dan vergaderen.

Options: kunnen, kun, wilt

Question 5

Ik ben moe. Ik _____ naar bed.

Options: wilt, wil, willen

Question 6

_____ je deze zomer naar Gent reizen?

Options: Wilt, Willen, Wil

Question 7

Noor blijft liever op kantoor. Zij _____.

Options: wil niet thuis te werken, wil niet thuis werken, willen niet thuis werken

Question 8

Wij hebben één wens: vroeg vertrekken. Wij _____ om zeven uur vertrekken.

Options: willen, wilt, moeten

Question 9

De dokter zegt dat rust noodzakelijk is. Ik _____.

Options: moet vandaag thuis te blijven, moet vandaag thuis blijft, moet vandaag thuis blijven

Question 10

Volgens de schoolregel is een helm verplicht. Jij _____ op deze fiets een helm dragen.

Options: moet, mag, wilt

Question 11

De arts geeft een duidelijke opdracht. De patiënt _____ vanavond het medicijn innemen.

Options: kan, moet, moeten

Question 12

Onze chef zegt dat acht uur de verplichte begintijd is. Wij _____ om acht uur beginnen.

Options: mogen, moet, moeten

Question 13

_____ ik om drie uur vertrekken? Ja, je hebt toestemming.

Options: Mag, Mogen, Magt

Question 14

Je moeder geeft jou toestemming om buiten te spelen. Jij _____ tot zes uur buiten spelen.

Options: moet, mag, mogen

Question 15

De docent geeft alle kinderen toestemming om naar buiten te gaan. De kinderen _____ op het plein spelen.

Options: mag, moeten, mogen

Practice Vier betekenissen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vier betekenissen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.