Question 1
Je vriend vraagt of je in staat bent te helpen. _____ je mij even helpen?
Options: Kunt, Kun, Moet
Kies de juiste modale vorm of woordgroep. Let op vragen, ontkenning en de infinitief achteraan.
Question 1
Je vriend vraagt of je in staat bent te helpen. _____ je mij even helpen?
Options: Kunt, Kun, Moet
Question 2
Je vraagt naar de wens van je vriend. _____ je vanavond de tafel dekken?
Options: Wil, Wilt, Mag
Question 3
De manager zegt dat werken vandaag verplicht is. _____ hij vandaag werken?
Options: Mag, Kan, Moet
Question 4
Je vraagt de docent om toestemming. _____ ik het raam openen?
Options: Mag, Moet, Kan
Question 5
Je vraagt beleefd of de medewerker in staat is te helpen. _____ u dit formulier invullen?
Options: Kun, Kunt, Moet
Question 6
U kiest zelf en niets is verplicht. _____ u morgen thuis werken?
Options: Moet, Mag, Wilt
Question 7
Ik heb nooit zwemles gehad en zwemmen lukt niet. Ik _____.
Options: mag niet zwemmen, kan niet zwemmen, wil niet zwemmen
Question 8
Zij kan wachten en het is toegestaan, maar zij heeft die wens niet. Zij _____.
Options: wil niet wachten, kan niet wachten, mag niet wachten
Question 9
Op het bord staat: "Roken verboden." Je _____.
Options: wil hier niet roken, kan hier niet roken, mag hier niet roken
Question 10
De deur is op slot, maar openen is wel toegestaan. Je _____.
Options: kunt de deur niet openen, mag de deur niet openen, wilt de deur niet openen
Question 11
De deur is niet op slot, maar op het bord staat: "Niet openen." Je _____.
Options: kunt de deur niet openen, mag de deur niet openen, wilt de deur niet openen
Question 12
Ik heb de vaardigheid om de computer te gebruiken. Ik _____.
Options: kan de computer te gebruiken, kunnen de computer gebruiken, kan de computer gebruiken
Question 13
De verplichte afspraak is morgen heel vroeg. Ik _____.
Options: moet morgen vroeg opstaan, moet morgen vroeg staan op, moet morgen vroeg te opstaan
Question 14
Noor zegt dat het haar wens is om lunch mee te brengen. Zij _____.
Options: wil de lunch mee nemen, wil de lunch meenemen, wil de lunch te meenemen
Question 15
De docent geeft toestemming aan alle kinderen. De kinderen _____.
Options: moet buiten spelen, mag buiten spelen, mogen buiten spelen
Practice Vragen, niet en regels with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vragen, niet en regels in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.