Kunnen, willen, moeten en mogen
Leer kunnen, willen, moeten en mogen vervoegen en gebruik ze met een infinitief om vaardigheid, wens, noodzaak en toestemming uit te drukken.
Met kunnen, willen, moeten en mogen vertel je wat mogelijk, gewenst, nodig of toegestaan is. Deze modale werkwoorden staan vaak samen met een ander werkwoord.
Na deze les kun je:
- de vier modale werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoegen;
- het tweede werkwoord als infinitief achteraan zetten;
- vragen stellen over hulp, wensen, noodzaak en toestemming.
Vier verschillende betekenissen
Elk modaal werkwoord geeft een andere betekenis aan de zin.
| Werkwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| kunnen | iets is mogelijk of je hebt de vaardigheid | Ik kan fietsen. |
| willen | je hebt een wens | Wij willen vertrekken. |
| moeten | iets is nodig of verplicht | U moet wachten. |
| mogen | je hebt toestemming | De kinderen mogen spelen. |
Mila kan Nederlands lezen.
Ik wil een kop koffie drinken.
Mijn oma moet elke dag een pil innemen.
Je mag hier de fiets parkeren.
De vormen in de tegenwoordige tijd
De enkelvoudsvormen zijn niet allemaal regelmatig. Leer vooral de vormen in deze tabel.
| Onderwerp | kunnen | willen | moeten | mogen |
|---|---|---|---|---|
| ik | kan | wil | moet | mag |
| jij / je | kunt | wilt | moet | mag |
| u | kunt | wilt | moet | mag |
| hij / zij / het | kan | wil | moet | mag |
| wij / jullie / zij | kunnen | willen | moeten | mogen |
Je hoort ook vaak jij kan. Jij kunt is een goede neutrale vorm om zelf te gebruiken. Bij u kun je op A1 veilig u kunt gebruiken.
Het tweede werkwoord staat achteraan
Vervoeg alleen het modale werkwoord. Het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde van de hoofdzin.
onderwerp + modaal werkwoord + rest + infinitief
- Ik kan de deur openen.
- Noor wil morgen de huisarts bellen.
- Wij moeten om acht uur beginnen.
- De bezoeker mag hier zitten.
Een scheidbaar werkwoord blijft als infinitief aan elkaar: Ik moet vroeg opstaan en Zij wil de lunch meenemen.
Soms staat er geen tweede werkwoord: Ik moet naar huis. / Ik wil koffie. / Dat mag niet.
Zet geen te voor de infinitief na deze vier werkwoorden.
✓ Wij willen vertrekken.
✗ Wij willen te vertrekken.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Vragen met een modaal werkwoord
In een ja-neevraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp. De infinitief blijft achteraan.
| Vraag | Mogelijk antwoord |
|---|---|
| Kun je mij helpen? | Ja, dat kan. |
| Wil je de tafel dekken? | Ja, graag. |
| Moet hij vandaag werken? | Nee, morgen. |
| Mag ik het raam openen? | Ja, natuurlijk. |
| Kunt u dit formulier invullen? | Ja, dat lukt. |
In een vraag verdwijnt de -t bij je: jij kunt → kun je, jij wilt → wil je. Bij u blijft het: kunt u, wilt u.
Gebruik Kunt u ...? of Wilt u ...? voor een beleefde vraag: Kunt u de afspraak verzetten?
Ontkennen verandert de boodschap
Niet staat meestal vóór de infinitief of het deel dat je ontkent.
- Ik kan niet zwemmen. Het lukt mij niet.
- Zij wil niet wachten. Zij heeft die wens niet.
- Je mag hier niet roken. Het is niet toegestaan.
- Je hoeft niet te wachten. Wachten is niet nodig.
Let vooral op niet mogen: dat betekent dat iets verboden is. Je mag de deur niet openen is dus niet hetzelfde als Je kunt de deur niet openen.
Kort kiezen
- Kies de betekenis: mogelijkheid, wens, noodzaak of toestemming.
- Vervoeg kunnen, willen, moeten of mogen bij het onderwerp.
- Zet de infinitief zonder te achteraan.
| Je wilt zeggen... | Gebruik... |
|---|---|
| het is mogelijk | kunnen |
| ik heb een wens | willen |
| het is noodzakelijk | moeten |
| het is toegestaan | mogen |
Onthoud de vaste bouw: Wij moeten vandaag de opdracht maken. Alleen moeten verandert; maken blijft de infinitief.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
13 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 13 words and review them later.
Modale werkwoorden en dagelijkse handelingen
13 wordsLast updated October 11, 2026