Question 1
Vandaag _____ er veel in het gebouw. Het is gisteren ook al _____.
Options: gebeurt, gebeurd, gebeuren, gebeurdt, gebeurde
Kies de spelling die past bij de grammaticale functie, het onderwerp en de woordvolgorde.
Question 1
Vandaag _____ er veel in het gebouw. Het is gisteren ook al _____.
Options: gebeurt, gebeurd, gebeuren, gebeurdt, gebeurde
Question 2
In “De zin is vriendelijk bedoeld” bepaalt de grammaticale functie de spelling. Welke analyse klopt? _____
Options: bedoeld is een persoonsvorm bij de zin, bedoeld is een zelfstandig naamwoord, bedoeld is een voltooid deelwoord na is, bedoeld is een gebiedende wijs
Question 3
Ik zie dat het bedrag op dit moment nog door de bank _____. In het dossier staat dat het gisteren _____.
Options: wordt overgemaakt, word overgemaakt, is overgemaakt, wordt overgemaakd, is overgemaakdt
Question 4
Ik _____ nu eerst de vraag van de voorzitter.
Options: beantwoordt, beantwoordde, beantwoord, beantwoorden
Question 5
De woordvoerder _____ elke e-mail nog dezelfde dag.
Options: beantwoord, beantwoort, beantwoorden, beantwoordt
Question 6
De beoordelaar _____ dit argument overtuigend.
Options: vind, vint, vinden, vindt
Question 7
_____ je deze uitleg nu duidelijk genoeg?
Options: Vindt, Vind, Vint, Vinden
Question 8
Jij _____ tegenwoordig meestal binnen één werkdag.
Options: antwoord, antwoordde, antwoordt, antwoorden
Question 9
_____ jij tegenwoordig ook zo snel op formele verzoeken?
Options: Antwoordt, Antwoordde, Antwoorden, Antwoord
Question 10
Morgen _____ jij door de nieuwe projectleider gebeld.
Options: word, wordt, werd, worden
Question 11
_____ u morgen na de bijeenkomst teruggebeld?
Options: Word, Werd, Wordt, Worden
Question 12
_____ je lidmaatschap volgend jaar automatisch verlengd?
Options: Word, Werd, Wordt, Worden
Question 13
Het _____ is duidelijk; de medewerker _____ nu meteen.
Options: antwoordt, antwoort, antwoorden, antwoord, antwoorde
Question 14
Waarom krijgt woord in “Dit woord is lang” geen t? _____
Options: woord is een persoonsvorm bij dit, woord is een zelfstandig naamwoord en verandert niet met de tijd, woord is een voltooid deelwoord na is, woord is een gebiedende wijs van worden
Question 15
Gebruik driemaal de gebiedende wijs: _____ lid, _____ vóór vrijdag en _____ de deur gesloten.
Options: Wordt, Werd, Worden, Word, Antwoord, Antwoordt, Antwoordde, Antwoorden, Houdt, Houd, Hield, Houden
Practice Herken de functie vóór je spelt with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Herken de functie vóór je spelt in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.