Fill in the blank

Kies verleden tijd en voltooid deelwoord

Kies de juiste uitgang bij zwakke en sterke werkwoorden en bij scheidbare vormen.

0 / 30 blanks filled0%

Question 1

Na de controle bleek: het team heeft hard _____, de redacteur heeft geen detail _____ en de assistent heeft het formulier _____.

Options: gewerkt, gewerkd, gewerkdt, werkte, gemisd, gemist, gemisdt, miste, gefaxd, faxte, gefaxt, gefaxdt

Question 2

De familie is vorige maand _____; sindsdien is er veel _____.

Options: verhuist, verhuisdt, verhuisde, verhuisd, gebeurd, gebeurt, gebeurdt, gebeurde

Question 3

De medewerker heeft op het eerste bericht _____ en daarna alle vervolgvragen _____.

Options: geantwoord, geantwoordt, antwoordde, beantwoord, beantwoort, beantwoordt, beantwoordde

Question 4

We hebben na de bijeenkomst nog lang _____.

Options: gepraatd, gepraatt, gepraat, praatte

Question 5

De procedure is sinds januari volledig _____.

Options: verandert, veranderde, veranderdt, veranderd

Question 6

De onderzoeker heeft eindelijk de ontbrekende bron _____.

Options: gevind, gevonden, gevindt, gevond

Question 7

De auteur heeft drie artikelen _____ en is daarna hoofdredacteur _____.

Options: geschrijft, geschreven, geschrijfd, schreef, gewordt, geword, geworden, werd

Question 8

De woordvoerder _____ gisteren alle vragen van de pers.

Options: beantwoord, beantwoordt, beantwoorde, beantwoordde

Question 9

Vorige week _____ het team thuis en _____ de directeur naar Brussel.

Options: werkte, werkde, gewerkt, werkt, verhuiste, verhuisde, verhuisd, verhuist

Question 10

Tijdens de storing _____ de manager met de klant, _____ de technicus het systeem uit en _____ iedereen geduldig.

Options: praatde, gepraat, praatte, praate, zete, gezet, zetde, zette, wachtte, wachte, gewacht, wachtde

Question 11

Gisteren _____ zij lang met de leverancier; daarna heeft ze ook met de klant _____.

Options: praatde, praatte, gepraat, praate, gepraatt, gepraatd

Question 12

De _____ rekening ligt in het archief; volgens het systeem is alles _____.

Options: betaald, betaalt, betaalden, betaalde, betaaldt

Question 13

Het _____ plan ligt op tafel; het plan is sinds gisteren _____.

Options: veranderd, veranderde, verandert, veranderdt

Question 14

Elke kandidaat _____ zich online aan. Noor heeft zich gisteren al _____. In de handleiding staat: “_____ je vóór vrijdag aan.”

Options: meld, meldd, melt, meldt, aangemeld, aangemeldt, aanmeldde, aangemelt, Meldt, Meld, Meldde, Aanmeld

Question 15

De organisatie _____ de datum morgen aan. Zij heeft de wijziging al _____. In de instructie staat: “_____ uw besluit tijdig aan.”

Options: kondigd, kondig, kondigt, kondigde, aangekondigt, aankondigde, aangekondigdt, aangekondigd, Kondig, Kondigt, Kondigde, Aankondig

Practice Kies verleden tijd en voltooid deelwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Kies verleden tijd en voltooid deelwoord in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.