Question 1
Sorteer de vergrotende en overtreffende vormen op hun basiswoord.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de vergrotende en overtreffende vormen op hun basiswoord.
Question 2
Plaats de vergelijkingen bij kwaliteit, grotere hoeveelheid, kleinere hoeveelheid of voorkeur.
Question 3
Sorteer de woordgroepen: hoort de overtreffende vorm bij een zelfstandig naamwoord of bij een handeling?
Question 4
Sorteer de zinnen naar de betekenis van verder: een grotere afstand of doorgaan met een handeling.
Question 5
Sorteer de zinnen: is de vergelijkingsvorm correct of foutief regelmatig gemaakt?
Practice Onregelmatige trappen van vergelijking - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Onregelmatige trappen van vergelijking - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.