Question 1
De handleiding is helder en alle materialen zijn aanwezig. De opdracht is _____.
Options: goed te uitvoeren, goed uit te voeren, goed uitvoeren
Kies de vorm met de juiste plaats van te, niet, voorwerpen en bepalingen.
Question 1
De handleiding is helder en alle materialen zijn aanwezig. De opdracht is _____.
Options: goed te uitvoeren, goed uit te voeren, goed uitvoeren
Question 2
De agenda bevat nog maar twee kleine punten. Er valt weinig _____.
Options: te bespreken, om te bespreken, besproken
Question 3
De deuren sluiten. De trein staat op het punt _____.
Options: vertrekken, te vertrekt, te vertrekken
Question 4
Hij liep na het gesprek weg zonder afscheid _____.
Options: genomen, om te nemen, te nemen
Question 5
In plaats van _____, vroeg ze een collega om advies.
Options: te gokken, gokte, om te gokken
Question 6
Door elke ochtend _____, sprak Karim na een maand vloeiender.
Options: oefent, te oefenen, om te oefenen
Question 7
Fatima zit tijdens de pauze rustig _____.
Options: te puzzelen, puzzelen, te puzzelt
Question 8
De storing is ernstig; wij moeten haar vandaag _____.
Options: te oplossen, om op te lossen, oplossen
Question 9
Een digitale versie is voldoende. Je hoeft het ticket niet _____.
Options: uitprinten, uit te printen, te uitprinten
Question 10
De dozen zijn zwaar. Laat de koerier ze bij de ingang _____.
Options: te neerzetten, neerzetten, neer te zetten
Question 11
De bouwtekening is klaar. Morgen gaan we de nieuwe planken _____.
Options: te monteren, om te monteren, monteren
Question 12
Zara belooft het geleende apparaat morgen _____.
Options: terug te sturen, te terugsturen, terugsturen
Question 13
De helpdesk probeert uw vraag vandaag _____.
Options: beantwoorden, te beantwoordt, te beantwoorden
Question 14
De adviseur belooft _____.
Options: het dossier te morgen bespreken, het dossier morgen te bespreken, morgen te het dossier bespreken
Question 15
Dit voorstel wordt afgewezen; over een ander voorstel neemt het bestuur nu geen besluit. Kies de neutrale formulering: "_____"
Options: Het bestuur besluit het voorstel niet te steunen., Het bestuur besluit niet dit voorstel, maar een ander voorstel te steunen., Het bestuur besluit het voorstel wel te steunen.
Practice Patronen en plaatsing with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Patronen en plaatsing in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.