Build the sentence

Bouw infinitiefconstructies

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 11 sentences built0%

Question 1

Bouw de zin met een werkwoordaanvulling: _____

Options: Ik probeer het nieuws te begrijpen., begrijpt., probeert

Question 2

Bouw de zin over een vergeten handeling: _____

Options: betaalt., Ik vergat de rekening te betalen., vergeten

Question 3

Bouw de zin met een doel: _____

Options: spaart, koopt., We sparen om een fiets te kopen.

Question 4

Bouw de zin met een doel: _____

Options: Zij volgt lessen om te leren schaatsen., volgen, leert

Question 5

Bouw de zin met een beoordeling: _____

Options: dat, Het is nuttig om de gegevens te bewaren., bewaart.

Question 6

Bouw de zin met een aanvulling bij een zelfstandig naamwoord: _____

Options: overlegt., Er is tijd om te overleggen.

Question 7

Bouw de zin die een grens aangeeft: _____

Options: De lijm is te hard om te gebruiken., gebruikt.

Question 8

Bouw de zin met een modaal werkwoord: _____

Options: te, Ik moet de vaatwasser uitruimen., uitruimt.

Question 9

Bouw de zin met een scheidbare te-infinitief: _____

Options: opbellen, opgebeld., Wij proberen Noor op te bellen.

Question 10

Bouw de ontkennende zin: _____

Options: Wij hoeven niet te betalen., hoeft, betaalt.

Question 11

Bouw de zin met een ontkende wederkerende handeling: _____

Options: besluit, haast., Wij besluiten ons niet te haasten.

Practice Bouw infinitiefconstructies with this interactive sentence-building exercise of 11 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw infinitiefconstructies in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.