Fill in the blank

Hoeveel of voldoende

Kies het hoeveelheidswoord dat bij de situatie past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Er staan honderd fietsen buiten. Dat zijn _____ fietsen.

Options: veel, weinig, genoeg

Question 2

Er kwamen maar twee klanten. Er waren _____ klanten.

Options: genoeg, weinig, meer

Question 3

Voor tien gasten zijn er tien kopjes. Er zijn _____ kopjes.

Options: te weinig, veel, genoeg

Question 4

De zaal heeft twintig stoelen voor dertig mensen. Er zijn _____ stoelen.

Options: te weinig, genoeg, heel veel

Question 5

De thee is onaangenaam zoet. Er zit _____ suiker in.

Options: weinig, te veel, genoeg

Question 6

Het plein was druk, maar dat was geen probleem. Er waren _____ mensen.

Options: te veel, te weinig, heel veel

Question 7

Het werk duurt een uur en ik kan de hele middag blijven. Ik heb dus _____ tijd om het af te maken.

Options: genoeg, te weinig, te veel

Question 8

De vier bedden passen precies in de kamer; er is geen ruimte over. De kamer is dus net _____ voor ons gezin.

Options: genoeg groot, groot genoeg, te groot

Question 9

Iedereen kan je goed verstaan, ook achter in de zaal. Je spreekt _____ om zonder microfoon les te geven.

Options: genoeg duidelijk, te onduidelijk, duidelijk genoeg

Question 10

In mijn kast staan honderd boeken; in jouw kast staan vijftig boeken. Ik heb _____ boeken dan jij.

Options: meer, minder, evenveel

Question 11

Er zit nog één slokje in de fles. Dat is precies voldoende voor mijn pil. Er zit dus _____ water in, maar wel voldoende.

Options: heel veel, weinig, te weinig

Question 12

Er zijn negen stoelen voor tien gasten. We hebben _____ nodig om precies tien stoelen te hebben.

Options: één stoel minder, twee stoelen meer, één stoel meer

Question 13

De soep hoeft niet terug op het vuur en niemand hoeft te blazen of te wachten. Hij is precies _____ om meteen te eten.

Options: warm genoeg, genoeg warm, te warm

Question 14

Er zijn maar twee borden voor tien gasten. Iedereen moet een eigen bord krijgen. We hebben _____ borden.

Options: genoeg, te weinig, heel veel

Question 15

Door de extra peper is het eten zo scherp dat niemand het kan eten. Er zit _____ peper in.

Options: weinig, genoeg, te veel

Practice Hoeveel of voldoende with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hoeveel of voldoende in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.