Question 1
Sorteer de vormen bij het onderwerp in een gewone zin. Het onderwerp staat vóór het werkwoord.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de vormen bij het onderwerp in een gewone zin. Het onderwerp staat vóór het werkwoord.
Question 2
Sorteer de vormen voor een gewone zin in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp staat vóór het werkwoord.
Question 3
Sorteer de vormen op het soort onregelmatigheid dat je leert.
Question 4
Vul de tegenwoordige tijd in deze vragen in. Het onderwerp staat na het werkwoord. Komt er een extra t bij de stam?
Question 5
Vul de tegenwoordige tijd in bij hij. Vergelijk met de ik-vorm: krijgt het werkwoord een extra t?
Practice Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.