Build the sentence

Bouw verwijzingen naar zaken en personen

Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.

0 / 12 sentences built0%

Question 1

Bouw de mededeling met een gesplitste verwijzing naar een eerder genoemde zaak: _____

Options: Ik wacht er al op., erop, wachten

Question 2

Het plan is al genoemd. Zeg in gesplitste vorm dat jullie er gisteren over spraken: _____

Options: erover, We hebben er gisteren over gesproken., hem

Question 3

Bouw de zin over een apparaat waarmee je nog moeite hebt: _____

Options: haar, kunt, Ik kan er nog niet goed mee werken.

Question 4

Bouw de zin met een verwijzing naar een eerder genoemde vrouw: _____

Options: Ik blijf op haar wachten., erop, blijft

Question 5

De kinderen hebben onze hulp nodig. Bouw de mededeling die daar een gevolg aan verbindt: _____

Options: hun, Daarom zorgen wij voor hen., ervoor

Question 6

Bouw de vraag naar het gebruikte hulpmiddel: _____

Options: opent, deze, Waarmee open je dit bestand?

Question 7

Vraag naar de persoon met wie iemand samenwerkt. Begin met Met wie: _____

Options: Met wie werk je samen?, waarmee, hem

Question 8

Bouw de zin met een gesplitste betrekkelijke verwijzing naar een zaak: _____

Options: waaraan, Dit is het project waar wij aan werken., wie

Question 9

De collega is een persoon. Bouw de verzorgde relatieve zin met met wie: _____

Options: waarmee, hem, Dit is de collega met wie ik samenwerk.

Question 10

Bouw de instemmende reactie met een nadrukkelijke verwijzing naar een voorstel: _____

Options: Daarmee ben ik het eens., bent, hen

Question 11

Bouw de vraag met een gesplitste verwijzing naar een zaak: _____

Options: erop, Waar wacht je op?, wachten

Question 12

Bouw de zin over iets wat je telkens uitstelt: _____

Options: komt, ertoe, Ik kom er niet toe.

Practice Bouw verwijzingen naar zaken en personen with this interactive sentence-building exercise of 12 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw verwijzingen naar zaken en personen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.