Question 1
Bouw de mededeling met een gesplitste verwijzing naar een eerder genoemde zaak: _____
Options: Ik wacht er al op., erop, wachten
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Bouw de mededeling met een gesplitste verwijzing naar een eerder genoemde zaak: _____
Options: Ik wacht er al op., erop, wachten
Question 2
Het plan is al genoemd. Zeg in gesplitste vorm dat jullie er gisteren over spraken: _____
Options: erover, We hebben er gisteren over gesproken., hem
Question 3
Bouw de zin over een apparaat waarmee je nog moeite hebt: _____
Options: haar, kunt, Ik kan er nog niet goed mee werken.
Question 4
Bouw de zin met een verwijzing naar een eerder genoemde vrouw: _____
Options: Ik blijf op haar wachten., erop, blijft
Question 5
De kinderen hebben onze hulp nodig. Bouw de mededeling die daar een gevolg aan verbindt: _____
Options: hun, Daarom zorgen wij voor hen., ervoor
Question 6
Bouw de vraag naar het gebruikte hulpmiddel: _____
Options: opent, deze, Waarmee open je dit bestand?
Question 7
Vraag naar de persoon met wie iemand samenwerkt. Begin met Met wie: _____
Options: Met wie werk je samen?, waarmee, hem
Question 8
Bouw de zin met een gesplitste betrekkelijke verwijzing naar een zaak: _____
Options: waaraan, Dit is het project waar wij aan werken., wie
Question 9
De collega is een persoon. Bouw de verzorgde relatieve zin met met wie: _____
Options: waarmee, hem, Dit is de collega met wie ik samenwerk.
Question 10
Bouw de instemmende reactie met een nadrukkelijke verwijzing naar een voorstel: _____
Options: Daarmee ben ik het eens., bent, hen
Question 11
Bouw de vraag met een gesplitste verwijzing naar een zaak: _____
Options: erop, Waar wacht je op?, wachten
Question 12
Bouw de zin over iets wat je telkens uitstelt: _____
Options: komt, ertoe, Ik kom er niet toe.
Practice Bouw verwijzingen naar zaken en personen with this interactive sentence-building exercise of 12 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw verwijzingen naar zaken en personen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.