Question 1
Je vraagt naar het thema van een artikel, niet naar een persoon: _____ gaat dit artikel?
Options: Waar over, Waarover, Over wie
Kies de passende vorm in verzorgde schrijftaal. Let op zaken en personen, aaneenschrijving en nadruk.
Question 1
Je vraagt naar het thema van een artikel, niet naar een persoon: _____ gaat dit artikel?
Options: Waar over, Waarover, Over wie
Question 2
Je vraagt welk gereedschap nodig is: _____ draai ik deze schroef los?
Options: Waar mee, Met wie, Waarmee
Question 3
Je vraagt naar de persoon die de uitnodiging heeft gestuurd: _____ heb je die uitnodiging gekregen?
Options: Van wie, Waarvan, Aan wie
Question 4
_____ hebben jullie zo lang over gediscussieerd?
Options: Waarover, Waar, Over waar
Question 5
Het rapport _____ de journalist verwijst, staat op de website.
Options: waar naar, waarop, waarnaar
Question 6
Dit is de regeling waar veel studenten recht _____ hebben.
Options: op, aan, over
Question 7
De docent _____ ik het probleem heb besproken, belt morgen terug.
Options: met wat, met wie, met hem
Question 8
De coach op _____ de spelers vertrouwen, blijft nog een jaar.
Options: haar, wat, wie
Question 9
Die fout is vervelend, maar we hebben _____ geleerd.
Options: ervan, er van, eraan
Question 10
Je wijst nadrukkelijk naar dat ene ontwerp aan de overkant van de zaal: juist _____ ben ik trots, niet op de andere ontwerpen.
Options: daar op, daarop, daaraan
Question 11
De pijlen in dit schema vormen samen een cirkel. _____ ontleent het schema zijn naam.
Options: Hier aan, Hierop, Hieraan
Question 12
Die nieuwe methode bleek de oplossing. _____ hebben we het probleem uiteindelijk mee opgelost.
Options: Daarmee, Daar, Daarvan
Practice Vragen, beschrijven en nadruk leggen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vragen, beschrijven en nadruk leggen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.