Fill in the blank

Verleden tijd en deelwoord

Kies de juiste verleden tijd of het juiste voltooide deelwoord.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Gisteren _____ ik tot zes uur op kantoor. (werken)

Options: werkte, werkde, gewerkt

Question 2

De receptioniste _____ mij direct terug. (bellen)

Options: belte, belde, gebeld

Question 3

Onze oude buurvrouw _____ jarenlang in dit dorp. (leven)

Options: leefte, geleefd, leefde

Question 4

In de zomer _____ we met de trein door Polen. (reizen)

Options: reisden, reisten, gereisd

Question 5

Het publiek _____ hard om de laatste grap. (lachen)

Options: lachde, lachte, gelachen

Question 6

De studenten _____ gisteren twee colleges. (missen)

Options: misden, gemist, misten

Question 7

De assistent _____ de documenten naar alle deelnemers. (mailen)

Options: mailde, mailte, gemaild

Question 8

Voor de reis _____ Amir alle kaarten op zijn telefoon. (downloaden)

Options: downloadte, downloadde, gedownload

Question 9

Tijdens het overleg _____ de collega's voortdurend berichten. (appen)

Options: appden, geappt, appten

Question 10

De planning _____ bijna elke week. (veranderen)

Options: verandert, veranderd, veranderen

Question 11

Door de werkzaamheden is de planning _____. (veranderen)

Options: verandert, veranderd, veranderden

Question 12

Wat is er tijdens de vergadering _____? (gebeuren)

Options: gebeurt, gebeuren, gebeurd

Question 13

De uitnodigingen zijn gisteren _____. (versturen)

Options: verstuurd, verstuurt, verstuurde

Question 14

Vorige maand _____ de gemeente een nieuwe regeling. (melden)

Options: melde, meldde, gemeld

Question 15

De cursusleider heeft de tijden duidelijk _____. (vermelden)

Options: vermeldt, vermelde, vermeld

Practice Verleden tijd en deelwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verleden tijd en deelwoord in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.