Question 1
Gisteren _____ ik tot zes uur op kantoor. (werken)
Options: werkte, werkde, gewerkt
Kies de juiste verleden tijd of het juiste voltooide deelwoord.
Question 1
Gisteren _____ ik tot zes uur op kantoor. (werken)
Options: werkte, werkde, gewerkt
Question 2
De receptioniste _____ mij direct terug. (bellen)
Options: belte, belde, gebeld
Question 3
Onze oude buurvrouw _____ jarenlang in dit dorp. (leven)
Options: leefte, geleefd, leefde
Question 4
In de zomer _____ we met de trein door Polen. (reizen)
Options: reisden, reisten, gereisd
Question 5
Het publiek _____ hard om de laatste grap. (lachen)
Options: lachde, lachte, gelachen
Question 6
De studenten _____ gisteren twee colleges. (missen)
Options: misden, gemist, misten
Question 7
De assistent _____ de documenten naar alle deelnemers. (mailen)
Options: mailde, mailte, gemaild
Question 8
Voor de reis _____ Amir alle kaarten op zijn telefoon. (downloaden)
Options: downloadte, downloadde, gedownload
Question 9
Tijdens het overleg _____ de collega's voortdurend berichten. (appen)
Options: appden, geappt, appten
Question 10
De planning _____ bijna elke week. (veranderen)
Options: verandert, veranderd, veranderen
Question 11
Door de werkzaamheden is de planning _____. (veranderen)
Options: verandert, veranderd, veranderden
Question 12
Wat is er tijdens de vergadering _____? (gebeuren)
Options: gebeurt, gebeuren, gebeurd
Question 13
De uitnodigingen zijn gisteren _____. (versturen)
Options: verstuurd, verstuurt, verstuurde
Question 14
Vorige maand _____ de gemeente een nieuwe regeling. (melden)
Options: melde, meldde, gemeld
Question 15
De cursusleider heeft de tijden duidelijk _____. (vermelden)
Options: vermeldt, vermelde, vermeld
Practice Verleden tijd en deelwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verleden tijd en deelwoord in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.