Question 1
Iemand die een museum bezoekt, is een _____.
Options: bezoeker, bezoeking, bezoekaar
Kies het gebruikelijke zelfstandige naamwoord dat bij het basiswoord en de betekenis past.
Question 1
Iemand die een museum bezoekt, is een _____.
Options: bezoeker, bezoeking, bezoekaar
Question 2
De _____ helpt een klant bij het kiezen van een jas. (verkopen)
Options: verkoopaar, verkoper, verkoping
Question 3
Na de pauze komt de volgende _____ aan het woord. (spreken)
Options: sprekenaar, spreking, spreker
Question 4
Een trouwe _____ belt elke week naar het radioprogramma. (luisteren)
Options: luisteraar, luisterer, luistering
Question 5
De _____ van de wedstrijd krijgt een beker. (winnen)
Options: winnener, winnaar, winning
Question 6
Voor deze fles heb ik een stevige _____ nodig. (openen)
Options: opening, openaar, opener
Question 7
Met de _____ doe je het licht bij de deur aan. (schakelen)
Options: schakelaar, schakeler, schakeling
Question 8
Na het bestellen ontvang je een bevestiging van de _____. (betalen)
Options: betaler, betaling, betaalte
Question 9
De Nederlandse _____ van het rapport is bijna klaar. (vertalen)
Options: vertaler, vertaalte, vertaling
Question 10
Onze eerste _____ met de nieuwe buren was erg gezellig. (ontmoeten)
Options: ontmoeting, ontmoeter, ontmoette
Question 11
Na de middelbare school volgt Amir een technische _____. (opleiden)
Options: opleider, opleiding, opleidte
Question 12
De commissie neemt morgen een definitieve _____. (beslissen)
Options: beslisser, besliste, beslissing
Question 13
De _____ van de trein is door de sneeuw vertraagd. (aankomen)
Options: aankomst, aankoming, aankomer
Question 14
De administratie verwerkt vandaag alle ontvangen _____. (betalen)
Options: betaling, betalingen, betalinges
Question 15
De conferentie heeft drie bekende _____ uitgenodigd. (spreken)
Options: spreker, sprekeraren, sprekers
Practice Personen, dingen en handelingen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Personen, dingen en handelingen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.