Sort into columns

Zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels —
Woorden sorteren.

Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.

0 / 6 sets sorted0%

Question 1

Vorm bij elk werkwoord de gebruikelijke persoonsnaam op -er of -aar. Kies het achtervoegsel.

Question 2

Vorm het gebruikelijke zelfstandige naamwoord voor de handeling of het resultaat. Kies de uitgang.

Question 3

Vorm het gebruikelijke zelfstandige naamwoord bij het basiswoord. Gebruik de betekenis tussen haakjes en kies de uitgang.

Question 4

Sorteer de afleidingen op betekenis. Opener en schakelaar noemen hier apparaten.

Question 5

Welk bepaald lidwoord hoort bij het enkelvoud? Sorteer de zelfstandige naamwoorden.

Question 6

Maak het meervoud van elk zelfstandig naamwoord. Sorteer op de verandering die nodig is.

Practice Zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 6 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zelfstandige naamwoorden met achtervoegsels - Woorden sorteren in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.