Fill in the blank

Vormen, vragen en verleden tijd

Kies de juiste vorm en woordvolgorde.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Jij blijft rechtop op beide voeten bij de deur. Jij _____ te wachten.

Options: staat, sta, zit

Question 2

_____ jij al lang te wachten?

Options: Staat, Sta, Staan

Question 3

Wij blijven rechtop op onze voeten bij het hek. Wij _____ te praten.

Options: staat, zitten, staan

Question 4

Ik _____ de krant te lezen.

Options: zit, zitten, zaten

Question 5

De kinderen _____ boven te slapen.

Options: ligt, liggen, lag

Question 6

U _____ door het huis te zoeken.

Options: ligt, lopen, loopt

Question 7

Gisteren _____ ik in de wachtkamer te lezen.

Options: zat, zit, zaten

Question 8

Amir _____ bij de deur te wachten toen ik kwam.

Options: staat, stond, stonden

Question 9

Gisteravond _____ Noor op de bank te lezen.

Options: ligt, lagen, lag

Question 10

Tijdens de pauze _____ ik buiten te bellen.

Options: liep, loopt, liepen

Question 11

De kinderen _____ te slapen toen de bel ging.

Options: lag, lagen, liggen

Question 12

Ik heb een uur _____.

Options: gezeten te wachten, zat gewacht, zitten wachten

Question 13

Wij hebben buiten _____.

Options: staan praten, gestaan te praten, stonden gepraat

Question 14

Ik stoor Noor niet, omdat zij _____.

Options: zit een boek te lezen, een boek zit te lezen, een boek te zit lezen

Question 15

Welke zin combineert een logische houding en activiteit? _____

Options: Noor zit naar haar werk te fietsen., Noor ligt door de winkel te lopen., Noor zit achter haar bureau te lezen.

Practice Vormen, vragen en verleden tijd with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vormen, vragen en verleden tijd in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.