Question 1
Sorteer de zinnen op de houding of beweging tijdens de activiteit.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de zinnen op de houding of beweging tijdens de activiteit.
Question 2
Sorteer de zinnen: past de houding of beweging bij de zin, of gaat het over een verplaatsing naar een doel?
Question 3
Sorteer de zinnen: past de verleden vorm van het houdingswerkwoord bij het onderwerp?
Question 4
Sorteer de zinnen: staat te op de juiste plaats bij het tweede werkwoord?
Question 5
Sorteer de zinnen: staat de ontkenning op de juiste plaats?
Question 6
Sorteer de bijzinnen: staan het houdingswerkwoord en te plus infinitief op de juiste plaats?
Practice Zitten, staan, liggen en lopen te - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 6 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zitten, staan, liggen en lopen te - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.