Complexe hoeveelheidsconstructies met er
Verwijs met hoeveelheids-er naar telbare zaken in constructies met getallen, bijvoeglijke naamwoorden, van-groepen en genuanceerde aantallen.
Met hoeveelheids-er vervang je een eerder genoemd telbaar zelfstandig naamwoord, terwijl een getal of hoeveelheidswoord blijft staan: Ik heb zes planten en ik geef er twee weg. In langere zinnen vraagt dit om zorgvuldige woordvolgorde.
De basisconstructie
Noem het zelfstandig naamwoord niet opnieuw na hoeveelheids-er.
Het telwoord kan dan niet alleen staan. Niet: Hoeveel glazen heb je? — Ik heb acht. Wel: Ik heb er acht.
- Heb je genoeg glazen? — Ik heb er acht.
- Van de kandidaten zijn er drie uitgenodigd.
- We zochten betaalbare kamers, maar vonden er geen.
Er betekent hier ongeveer ervan. Het getal of de hoeveelheid zegt hoeveel exemplaren uit de genoemde groep bedoeld zijn.
| Met zelfstandig naamwoord | Met hoeveelheids-er |
|---|---|
| Ik koop drie boeken. | Ik koop er drie. |
| Zij beantwoordt enkele vragen. | Zij beantwoordt er enkele. |
| We hebben veel voorbeelden. | We hebben er veel. |
Vraag: Hebben jullie nog twaalf blauwe mappen?
Antwoord: We hadden er twaalf, maar we hebben er gisteren drie uitgedeeld. Nu hebben we er nog negen.
In elk antwoord vervangt er blauwe mappen en blijft de hoeveelheid zichtbaar.
Combineer beide niet: ik koop er drie boeken is in deze betekenis onjuist. Kies drie boeken of er drie.
Uitgebreide hoeveelheden
Een hoeveelheid kan uit meerdere woorden bestaan. Er staat meestal vóór de hele groep.
- We hebben er ongeveer twintig verkocht.
- Je hoeft er nog maar één in te vullen.
- De redactie heeft er minstens vijf gecontroleerd.
- Van deze modellen zijn er niet veel beschikbaar.
- Ik zou er best een paar willen proberen.
Woorden als ongeveer, minstens, bijna, maar, nog en best veranderen de precieze betekenis van het aantal, maar niet de verwijzende functie van er.
Een bijvoeglijk naamwoord blijft staan
Als je binnen de genoemde groep een soort selecteert, kan een bijvoeglijk naamwoord na het getal blijven.
- Ik heb tien kaarsen; ik steek er drie rode aan.
- Er zijn verschillende oplossingen. We bespreken er twee praktische.
- Van de appartementen hebben we er een betaalbaar gevonden.
- Van de kamers hebben we er twee betaalbare gevonden.
Vergelijk twee patronen: bij het onbepaalde lidwoord een en een weggelaten enkelvoudig het-woord blijft het bijvoeglijk naamwoord onverbogen: een betaalbaar appartement → er een betaalbaar. Bij een telwoord en een weggelaten de-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord -e: twee betaalbare kamers → er twee betaalbare.
Kijk naar het oorspronkelijke zelfstandig naamwoord én naar het woord ervoor, niet naar er. In er een betaalbaar hoort een bij een betaalbaar appartement; dit voorbeeld gaat over het onbepaalde lidwoord, niet over het beklemtoonde telwoord één. Bij twee betaalbare kamers blijft betaalbare staan.
Een van-groep als vertrekpunt
Met van + bepaalde groep maak je expliciet uit welke verzameling je telt.
- Van de twaalf aanvragen zijn er vier goedgekeurd.
- Van deze stoelen hebben we er twee gereserveerd.
- Van haar voorstellen vond ik er weinig uitvoerbaar.
De van-groep kan vooraan staan. In een hoofdzin volgt dan inversie: de persoonsvorm staat op de tweede plaats, vóór het onderwerp. In Van de twaalf aanvragen zijn er vier goedgekeurd staat zijn dus direct na de vooropgeplaatste groep.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Plaats in de werkwoordgroep
Hoeveelheids-er staat onbeklemtoond meestal vooraan in het middenveld, vóór het getal. In een hoofdzin staat het doorgaans na de persoonsvorm en, als dat er is, het onderwerp; in een bijzin staat het vaak direct na het onderwerp, vóór de werkwoorden aan het einde.
- Hoofdzin: Ik heb er gisteren drie besteld.
- Waarschijnlijk zullen we er dit jaar meer verkopen.
- Bijzin: Omdat zij er al twee had gelezen, kende ze het onderwerp.
- Hoeveel denk je dat we er nodig zullen hebben?
Een kort voornaamwoord komt vaak nog eerder: Ik heb hem er gisteren drie laten zien. Het voornaamwoord voor de persoon (hem) staat vóór er; er drie verwijst naar de getoonde zaken.
Samen met presentatief er
Presentatief er en hoeveelheids-er kunnen in dezelfde zin staan.
- Er staan er nog zes in het magazijn.
- Er zijn er uiteindelijk maar twee gekozen.
- Er komen er morgen waarschijnlijk vier bij.
De dubbele vorm kan op papier opvallend zijn. Zet een ander zinsdeel zo nodig anders, maar verwijder hoeveelheids-er niet als daardoor onduidelijk wordt wat het getal vervangt: Morgen komen er waarschijnlijk vier exemplaren bij is een helder alternatief.
Vergelijk ook plaats-er: Ik werk er al drie jaar betekent dat ik daar werk; Ik heb er drie verwijst naar drie exemplaren van iets. In de eerste zin hoort drie bij jaar en geeft het de duur aan, niet een hoeveelheid die er aanvult.
Telbaar of niet-telbaar
Gewoon hoeveelheids-er past vooral bij telbare exemplaren.
- tijdschriften → Ik lees er veel.
- adviezen → We hebben er drie opgevolgd.
- Vraag: Heb je koffie gekocht? Antwoord: Ja, ik heb er wat van gekocht.
- Vraag: Hebben we informatie over de cursus ontvangen? Antwoord: Ja, daar hebben we veel van ontvangen.
Bij stofnamen en abstracte niet-telbare woorden is er ... van vaak natuurlijker. In ik heb er wat van gekocht vormen er en van samen het gesplitste voornaamwoordelijke bijwoord ervan: ze verwijzen naar van de koffie. Dit is dus geen hoeveelheids-er zoals in er twaalf. Er verwijst hier zonder nadruk naar iets dat al bekend is; met daar ... van wijs je sterker naar die bepaalde informatie. Een maateenheid maakt weer telbaar: Hoeveel koppen koffie? Ik heb er twee gedronken.
Controleer drie onderdelen: is de bedoelde groep eerder genoemd, is ze telbaar en staat er een echte hoeveelheid? Zo ja, plaats er vóór die hoeveelheid.
Samenvatting
- Hoeveelheids-er vervangt een eerder genoemd telbaar zelfstandig naamwoord.
- Controleer op een dubbel zelfstandig naamwoord: niet ik koop er drie boeken met hoeveelheids-er, maar ik koop drie boeken of ik koop er drie.
- Controleer of er ontbreekt: op Hoeveel glazen heb je? antwoord je niet Ik heb acht, maar Ik heb er acht.
- Zet er vóór groepen als ongeveer twintig, nog maar één en een paar.
- Een bijvoeglijk naamwoord kan na het getal blijven: drie rode.
- Een vooropgeplaatste van-groep veroorzaakt inversie.
- Presentatief er en hoeveelheids-er kunnen samen voorkomen.
- Gebruik bij niet-telbare zaken vaak er ... van; dat is een voornaamwoordelijk bijwoord, geen hoeveelheids-er.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
20 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 20 words and review them later.
Kernwoorden bij Complexe hoeveelheidsconstructies met er
20 wordsLast updated October 11, 2026