Grammar learning path · A2 Elementary
Verleden tijden in verhalen.
Een verhaal vraagt meer dan correcte werkwoordsvormen: je kiest ook hoe de luisteraar naar gebeurtenissen kijkt. Je bouwt het imperfectum, vergelijkt het met het perfectum en gebruikt het plusquamperfectum om twee verleden momenten te ordenen.
First lesson · Het imperfectum van regelmatige werkwoorden
What you'll learn.
- Regelmatige en onregelmatige imperfectumvormen gebruiken.
- Perfectum en imperfectum volgens hun verhaalfunctie combineren.
- Een eerdere gebeurtenis met het plusquamperfectum markeren.
Before you start.
- Je kunt het perfectum met hebben en zijn vormen.
- Je kent de stam van regelmatige werkwoorden.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Het imperfectum van regelmatige werkwoorden
Vorm regelmatige verleden tijden met -de/-den of -te/-ten en behoud de juiste stamspelling.
- 2Lesson 2Het imperfectum van onregelmatige werkwoorden
Leer frequente sterke en onregelmatige verleden vormen als ging, kwam, zag, liep en schreef.
- 3Lesson 3Perfectum en imperfectum in alledaagse verhalen
Kies perfectum voor centrale feiten en imperfectum voor achtergrond, gewoonte of een vertelde gebeurtenissenreeks.
- 4Lesson 4Het plusquamperfectum voor een eerder verleden
Plaats een eerdere gebeurtenis vóór een ander verleden moment met had, was, hadden of waren plus deelwoord.
Ready?
Het imperfectum van regelmatige werkwoorden.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.