A2 · ElementaryLesson 4 of 5

Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden

Leer zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden zoals de mijne en het jouwe gebruiken, het juiste lidwoord kiezen en herhaling duidelijk vermijden.

By the flumi team About 5 min read 15 vocabulary wordsGrammar learning path: Verwijzen zonder onnodige herhaling

Een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord vervangt een bezittelijk woord én het zelfstandig naamwoord erna. Zo hoef je een bekend woord niet te herhalen: Dit is mijn fiets en dat is de jouwe.

Na deze les kun je:

  • vormen zoals de mijne en het jouwe herkennen;
  • de of het kiezen bij de weggelaten zaak;
  • de gewone vormen met van mij, van jou en andere personen gebruiken.

Een zelfstandig naamwoord vervangen

Vergelijk een bezittelijk voornaamwoord vóór een zelfstandig naamwoord met een zelfstandige vorm.

Met zelfstandig naamwoord Zonder herhaling
mijn fiets de mijne
jouw jas de jouwe
haar boek het hare
ons huis het onze

De luisteraar moet al weten welk zelfstandig naamwoord je bedoelt. In Mijn fiets is nieuw, maar de jouwe is oud betekent de jouwe dus jouw fiets.

In een gewoon gesprek is die/dat van ... vaak het bruikbaarste patroon: Mijn fiets is nieuw, maar die van jou is oud.

Mijn tas staat hier. De jouwe staat bij de deur.

Ons appartement is klein; dat van hen is groter.

Zijn sleutels liggen op tafel. De mijne zitten in mijn jas.

De of het hoort bij het weggelaten woord

De zelfstandige vorm heeft altijd een bepaald lidwoord. Kies het lidwoord dat bij het vervangen woord hoort.

Vervangen woord Keuze Voorbeeld
een enkelvoudig de-woord de de fiets → de mijne
een enkelvoudig het-woord het het boek → het jouwe
een meervoud de de schoenen → de zijne

Het gaat dus niet om de eigenaar, maar om het woord dat je weglaat. Mijn huis wordt het mijne, terwijl mijn kamer de mijne wordt.

Vervang je een meervoud, dan blijft het lidwoord de en wordt het werkwoord ook meervoud: Zijn sleutels liggen op tafel. De mijne zitten in mijn jas.

Zet het zelfstandig naamwoord even terug. Zeg je de jas? Kies dan de jouwe. Zeg je het vest? Kies dan het jouwe.

De belangrijkste vormen

Persoon Vóór een zelfstandig naamwoord Zelfstandig met de Zelfstandig met het
ik mijn de mijne het mijne
jij jouw de jouwe het jouwe
u uw de uwe (formeel) het uwe (formeel)
hij zijn de zijne het zijne
zij, enkelvoud haar de hare (formeel) het hare (formeel)
wij ons / onze de onze het onze
zij, meervoud hun de hunne (schrijftaal) het hunne (zeldzame schrijftaal)

Voor bezit van jullie gebruikt het Nederlands meestal een vorm met van: die van jullie of dat van jullie.

Quick check

Try one question now.

1
Jouw fiets is oud, maar is nieuw.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Die van mij en dat van mij

In gesproken Nederlands zijn vormen met van heel gewoon. Ze klinken vaak natuurlijker dan de mijne, het hare of het hunne.

Bekend woord Vorm met van
de fiets die van mij
het boek dat van jou
de kinderen die van ons
het huis dat van hen

Gebruik die voor een de-woord en voor een meervoud. Gebruik dat voor een enkelvoudig het-woord.

De mijne en het jouwe zijn correct. In een alledaags gesprek hoor je ook vaak die van mij en dat van jou. Beide patronen drukken hetzelfde bezit uit.

Vragen en korte antwoorden

Vraag naar de eigenaar met van wie.

  • Van wie is deze paraplu? — Die is van mij.
  • Van wie is dit kaartje? — Dat is van haar.
  • Is deze stoel van jou? — Nee, de mijne staat daar.
  • Zijn dit jullie koffers? — Ja, die zijn van ons.

De vorm met van kan ook na zijn staan: Het rode schrift is van mij. In de zelfstandige vorm staan de of het en het bezittelijke woord samen: Het rode schrift is het mijne.

Kies van mij/jou/haar bij een gewone vraag naar de eigenaar: Van wie is deze paraplu? Die is van mij. Gebruik de mijne/het jouwe vooral bij contrast of als je het bezit tegenover een ander bezit zet: Nee, de mijne staat daar.

Veelgemaakte fouten voorkomen

Controleer drie dingen:

  1. Is het zelfstandig naamwoord al duidelijk uit de context?
  2. Is het een de-woord, een het-woord of een meervoud?
  3. Kies je de zelfstandige vorm of het patroon die/dat van ...?

Zet geen zelfstandig naamwoord achter de zelfstandige vorm.

✓ Dat is mijn fiets.

✓ Dat is de mijne.

✗ Dat is de mijne fiets.

Je vervangt... Gebruik...
de jas de jouwe / die van jou
het boek het jouwe / dat van jou
de schoenen de jouwe / die van jou

Onthoud: het lidwoord verwijst naar het weggelaten woord; de vorm zelf verwijst naar de eigenaar.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

15 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 15 words and review them later.

Bezit uitdrukken zonder herhaling

15 words

Last updated October 11, 2026