Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden
Leer zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden zoals de mijne en het jouwe gebruiken, het juiste lidwoord kiezen en herhaling duidelijk vermijden.
Een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord vervangt een bezittelijk woord én het zelfstandig naamwoord erna. Zo hoef je een bekend woord niet te herhalen: Dit is mijn fiets en dat is de jouwe.
Na deze les kun je:
- vormen zoals de mijne en het jouwe herkennen;
- de of het kiezen bij de weggelaten zaak;
- de gewone vormen met van mij, van jou en andere personen gebruiken.
Een zelfstandig naamwoord vervangen
Vergelijk een bezittelijk voornaamwoord vóór een zelfstandig naamwoord met een zelfstandige vorm.
| Met zelfstandig naamwoord | Zonder herhaling |
|---|---|
| mijn fiets | de mijne |
| jouw jas | de jouwe |
| haar boek | het hare |
| ons huis | het onze |
De luisteraar moet al weten welk zelfstandig naamwoord je bedoelt. In Mijn fiets is nieuw, maar de jouwe is oud betekent de jouwe dus jouw fiets.
In een gewoon gesprek is die/dat van ... vaak het bruikbaarste patroon: Mijn fiets is nieuw, maar die van jou is oud.
Mijn tas staat hier. De jouwe staat bij de deur.
Ons appartement is klein; dat van hen is groter.
Zijn sleutels liggen op tafel. De mijne zitten in mijn jas.
De of het hoort bij het weggelaten woord
De zelfstandige vorm heeft altijd een bepaald lidwoord. Kies het lidwoord dat bij het vervangen woord hoort.
| Vervangen woord | Keuze | Voorbeeld |
|---|---|---|
| een enkelvoudig de-woord | de | de fiets → de mijne |
| een enkelvoudig het-woord | het | het boek → het jouwe |
| een meervoud | de | de schoenen → de zijne |
Het gaat dus niet om de eigenaar, maar om het woord dat je weglaat. Mijn huis wordt het mijne, terwijl mijn kamer de mijne wordt.
Vervang je een meervoud, dan blijft het lidwoord de en wordt het werkwoord ook meervoud: Zijn sleutels liggen op tafel. De mijne zitten in mijn jas.
Zet het zelfstandig naamwoord even terug. Zeg je de jas? Kies dan de jouwe. Zeg je het vest? Kies dan het jouwe.
De belangrijkste vormen
| Persoon | Vóór een zelfstandig naamwoord | Zelfstandig met de | Zelfstandig met het |
|---|---|---|---|
| ik | mijn | de mijne | het mijne |
| jij | jouw | de jouwe | het jouwe |
| u | uw | de uwe (formeel) | het uwe (formeel) |
| hij | zijn | de zijne | het zijne |
| zij, enkelvoud | haar | de hare (formeel) | het hare (formeel) |
| wij | ons / onze | de onze | het onze |
| zij, meervoud | hun | de hunne (schrijftaal) | het hunne (zeldzame schrijftaal) |
Voor bezit van jullie gebruikt het Nederlands meestal een vorm met van: die van jullie of dat van jullie.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Die van mij en dat van mij
In gesproken Nederlands zijn vormen met van heel gewoon. Ze klinken vaak natuurlijker dan de mijne, het hare of het hunne.
| Bekend woord | Vorm met van |
|---|---|
| de fiets | die van mij |
| het boek | dat van jou |
| de kinderen | die van ons |
| het huis | dat van hen |
Gebruik die voor een de-woord en voor een meervoud. Gebruik dat voor een enkelvoudig het-woord.
De mijne en het jouwe zijn correct. In een alledaags gesprek hoor je ook vaak die van mij en dat van jou. Beide patronen drukken hetzelfde bezit uit.
Vragen en korte antwoorden
Vraag naar de eigenaar met van wie.
- Van wie is deze paraplu? — Die is van mij.
- Van wie is dit kaartje? — Dat is van haar.
- Is deze stoel van jou? — Nee, de mijne staat daar.
- Zijn dit jullie koffers? — Ja, die zijn van ons.
De vorm met van kan ook na zijn staan: Het rode schrift is van mij. In de zelfstandige vorm staan de of het en het bezittelijke woord samen: Het rode schrift is het mijne.
Kies van mij/jou/haar bij een gewone vraag naar de eigenaar: Van wie is deze paraplu? Die is van mij. Gebruik de mijne/het jouwe vooral bij contrast of als je het bezit tegenover een ander bezit zet: Nee, de mijne staat daar.
Veelgemaakte fouten voorkomen
Controleer drie dingen:
- Is het zelfstandig naamwoord al duidelijk uit de context?
- Is het een de-woord, een het-woord of een meervoud?
- Kies je de zelfstandige vorm of het patroon die/dat van ...?
Zet geen zelfstandig naamwoord achter de zelfstandige vorm.
✓ Dat is mijn fiets.
✓ Dat is de mijne.
✗ Dat is de mijne fiets.
| Je vervangt... | Gebruik... |
|---|---|
| de jas | de jouwe / die van jou |
| het boek | het jouwe / dat van jou |
| de schoenen | de jouwe / die van jou |
Onthoud: het lidwoord verwijst naar het weggelaten woord; de vorm zelf verwijst naar de eigenaar.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
15 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 15 words and review them later.
Bezit uitdrukken zonder herhaling
15 wordsLast updated October 11, 2026