Grammar learning path · A2 Elementary
Verwijzen zonder onnodige herhaling.
Goede gesprekken herhalen niet telkens dezelfde namen, zaken en plaatsen. Je leert verschillende voornaamwoorden kiezen op basis van functie, bepaaldheid, bezit en het soort informatie waarnaar je terugverwijst.
First lesson · Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp
What you'll learn.
- Personen en zaken als voorwerp specifiek of onbepaald vervangen.
- Zelfstandige aanwijzende en bezittelijke vormen gebruiken.
- Met er kort naar een bekende plaats terugverwijzen.
Before you start.
- Je kent persoonlijke, aanwijzende en bezittelijke vormen vóór een naamwoord.
- Je kunt de-woorden, het-woorden en meervouden onderscheiden.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp
Vervang personen en zaken als lijdend of meewerkend voorwerp met passende korte, volle en verzorgde vormen.
- 2Lesson 2Iemand, niemand, iets en niets
Verwijs onbepaald naar personen of zaken en gebruik niemand en niets zonder een dubbele ontkenning.
- 3Lesson 3Zelfstandig gebruik van deze, die, dit en dat
Gebruik deze, die, dit en dat zelfstandig om een bekende zaak te kiezen, aan te wijzen of te contrasteren.
- 4Lesson 4Zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden
Vervang een bezittelijke naamwoordgroep door de mijne, het jouwe of een natuurlijke vorm met van.
- 5Lesson 5Er als aanduiding van een plaats
Vervang een bekende plaats door onbeklemtoond er en onderscheid die verwijzing van nadrukkelijk hier of daar.
Ready?
Persoonlijke voornaamwoorden als lijdend en meewerkend voorwerp.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.