Question 1
Ik loop naar de kraan _____.
Options: om een glas te vullen, om te een glas vullen, om een glas vullen
Kies het doelgedeelte met de juiste woordvolgorde.
Question 1
Ik loop naar de kraan _____.
Options: om een glas te vullen, om te een glas vullen, om een glas vullen
Question 2
We verkopen onze oude spullen _____.
Options: om te geld verdienen, om geld te verdienen, om geld verdienen
Question 3
Lina gaat naar de bibliotheek _____.
Options: om zij een boek te lenen, om te een boek lenen, om een boek te lenen
Question 4
Ik trek mijn laarzen aan _____.
Options: om droge voeten te houden, om te droge voeten houden, om droge voeten houden
Question 5
Wij schuiven de gordijnen opzij _____.
Options: om te meer licht binnenlaten, om meer licht binnen te laten, om wij meer licht binnen te laten
Question 6
Sara kijkt naar Nederlandse films _____.
Options: om zij nieuwe woorden te leren, om nieuwe woorden leren, om nieuwe woorden te leren
Question 7
Ik pak een warme deken _____.
Options: om op de bank te slapen, om te op de bank slapen, om op de bank slapen
Question 8
We gaan naar het zwembad _____.
Options: om voor onze zwemles oefenen, om voor onze zwemles te oefenen, om te voor onze zwemles oefenen
Question 9
Daan zet het nummer in zijn telefoon _____.
Options: om het te niet vergeten, om het niet vergeten, om het niet te vergeten
Question 10
De gids draagt een gele jas _____.
Options: om voor de groep zichtbaar te zijn, om te voor de groep zichtbaar zijn, om voor de groep zichtbaar zijn
Question 11
Ik stuur mijn buurvrouw een kaart _____.
Options: om te haar uitnodigen, om haar uit te nodigen, om zij uit te nodigen
Question 12
Hij zet het geluid van zijn telefoon uit _____.
Options: om de kinderen te niet storen, om de kinderen niet storen, om de kinderen niet te storen
Question 13
Ik doe mijn bril op _____.
Options: om de kleine letters te lezen, om te de kleine letters lezen, om ik de kleine letters te lezen
Question 14
Kies de zin waarin dezelfde persoon beide handelingen uitvoert. _____
Options: Ik oefen, zodat mijn zoon schrijft., Ik oefen elke dag om beter te schrijven., Ik oefen om ik beter schrijf.
Question 15
We zetten extra stoelen neer _____.
Options: om onze gasten ontvangen, om te onze gasten ontvangen, om onze gasten te ontvangen
Practice Handeling en doel with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Handeling en doel in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.