Fill in the blank

Aantallen, leeftijden en prijzen

Kies de natuurlijke vorm voor het aantal, de leeftijd, de prijs of de meting.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik reis alleen en koop precies _____ voor de bus.

Options: één kaartje, één kaartjes, één kaartjen

Question 2

Wij gaan met z’n drieën zitten. Er staan precies _____ klaar.

Options: drie stoel, drie stoels, drie stoelen

Question 3

Op het prijskaartje staat € 4. Het brood kost _____.

Options: vier euro’s, vier euro, vieren euro

Question 4

Iedereen krijgt een glas. Voor een groep van twaalf zetten we _____ klaar.

Options: twaalf glas, twaalf glazen, twaalf glassen

Question 5

De reis begint om 10.00 uur en eindigt om 12.00 uur. De reis duurt _____.

Options: twee uur, twee uren, twee uurs

Question 6

Op de weegschaal staat 5 kg. De tas weegt _____.

Options: vijf kilo’s, vijf kilon, vijf kilo

Question 7

Je bent 28 jaar oud. Welke zin noemt jouw leeftijd correct? _____

Options: Ik ben achtentwintig jaar., Ik heb achtentwintig jaren., Ik ben twintigacht jaar.

Question 8

Je moeder is 43 jaar oud. Welke zin schrijft haar leeftijd correct? _____

Options: Mijn moeder heeft veertigdrie jaren., Mijn moeder is drieënveertig jaar., Mijn moeder is drieenveertig jaren.

Question 9

Je neef is precies 1 jaar oud. Welke zin gebruikt het enkelvoud correct? _____

Options: Mijn neef heeft één jaar., Mijn neef is één jaren., Mijn neef is één jaar.

Question 10

Op het prijskaartje staat € 2,50. Hoe lees je die prijs volgens de les? _____

Options: vijftig euro twee, twee euro vijftig, twee euro vijf

Question 11

Een kaartje kost € 12,75. Welke vorm leest de prijs correct? _____

Options: twaalf euro vijfenzeventig, twaalf euro zeventigvijf, vijfenzeventig euro twaalf

Question 12

De jas kost precies € 100. Hoe lees je deze prijs? _____

Options: euro honderd, honderden euro, honderd euro

Question 13

Op de fles staat 1,5 liter. Hoe lees je deze meting? _____

Options: één komma vijf liter, één punt vijf liter, vijf komma één liter

Question 14

Een boek kost € 21,40. Welke vorm leest eerst de euro’s en daarna de centen? _____

Options: veertig euro eenentwintig, eenentwintig euro veertig, twintigeen euro vier

Question 15

Je telt de jongens en meisjes in een groep: het zijn er zeven. Welk antwoord past bij de vraag hoeveel het er zijn? _____

Options: Er zijn zeven kinden., Er zijn zeven kind., Er zijn zeven kinderen.

Practice Aantallen, leeftijden en prijzen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Aantallen, leeftijden en prijzen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.