Sort into columns

Hoofdtelwoorden en aantallen —
Woorden sorteren.

Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.

0 / 4 sets sorted0%

Question 1

Sorteer de getallen: hoort het getal bij de basisgetallen tot twintig of bouw je het met een eenheid, en en een tiental?

Question 2

Sorteer de getalwoorden op hun bouw: een rond tiental, een samengesteld getal onder honderd of een getal met honderd of duizend.

Question 3

Denk aan de schrijfwijze in woorden. Welke getallen krijgen een trema en welke niet?

Question 4

Sorteer wat het getal noemt: een aantal personen of dingen, een leeftijd, een prijs of een meting.

Practice Hoofdtelwoorden en aantallen - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hoofdtelwoorden en aantallen - Woorden sorteren in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.