Question 1
Sorteer de getallen: hoort het getal bij de basisgetallen tot twintig of bouw je het met een eenheid, en en een tiental?
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de getallen: hoort het getal bij de basisgetallen tot twintig of bouw je het met een eenheid, en en een tiental?
Question 2
Sorteer de getalwoorden op hun bouw: een rond tiental, een samengesteld getal onder honderd of een getal met honderd of duizend.
Question 3
Denk aan de schrijfwijze in woorden. Welke getallen krijgen een trema en welke niet?
Question 4
Sorteer wat het getal noemt: een aantal personen of dingen, een leeftijd, een prijs of een meting.
Practice Hoofdtelwoorden en aantallen - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hoofdtelwoorden en aantallen - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.