Fill in the blank

Wie doet wat?

Kies het persoonlijke voornaamwoord dat de genoemde persoon, groep of zaak als onderwerp vervangt.

0 / 16 blanks filled0%

Question 1

Nadia opent de deur. Daarna zet _____ de tas in de gang.

Options: hij, zij, het

Question 2

Omar pakt zijn fiets. _____ rijdt naar zijn werk.

Options: Hij, Het, Zij

Question 3

De trein staat klaar. _____ vertrekt om acht uur.

Options: Het, Wij, Hij

Question 4

Fatima en ik nemen de trein. _____ reizen samen naar Leiden.

Options: Jullie, Wij, Zij

Question 5

Ruben en jij volgen dezelfde cursus. _____ leren allebei Nederlands.

Options: Jullie, Wij, Zij

Question 6

De kinderen spelen op het plein. _____ hebben een rode bal.

Options: Wij, Zij, Jullie

Question 7

Lina vertelt over zichzelf: "_____ kan goed zwemmen."

Options: Ik, Jij, Hij

Question 8

Ik vraag mijn vriend Sem rechtstreeks: "Woon _____ ook in deze straat?"

Options: u, hij, jij

Question 9

Bij de receptie spreek ik mevrouw De Boer beleefd aan: "Werkt _____ vandaag?"

Options: u, zij, wij

Question 10

De trainer doet zelf niet mee en zegt rechtstreeks tegen alle spelers: "_____ beginnen om tien uur; ik kijk alleen toe."

Options: Zij, Wij, Jullie

Question 11

Mijn tante woont in Breda; _____ woont daar alleen. Mijn ooms wonen in Delft; _____ wonen daar samen.

Options: hij, zij, het, wij, jullie

Question 12

Mijn zus Noor begint morgen aan een nieuwe baan. Dan werkt _____ in een ziekenhuis.

Options: hij, ze, het

Question 13

Mijn collega en ik sluiten de winkel. Daarna gaan _____ naar huis.

Options: we, ze, jullie

Question 14

Nora spreekt over zichzelf: "_____ wil vroeg naar bed."

Options: Jij, Ik, Zij

Question 15

De computers zijn nieuw. Morgen staan _____ in het kantoor boven.

Options: we, het, ze

Practice Wie doet wat? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie doet wat? in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.