Question 1
Sorteer de persoonlijke voornaamwoorden op eerste, tweede of derde persoon.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de persoonlijke voornaamwoorden op eerste, tweede of derde persoon.
Question 2
Verwijst het onderwerp naar één persoon of naar meer personen? Let op het werkwoord.
Question 3
Welk voornaamwoord vervangt dit ding als onderwerp? Sorteer de woorden.
Question 4
Sorteer de onderwerpen op het voornaamwoord dat ze kan vervangen.
Practice Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.