Question 1
Ik _____ elke maandag in de bibliotheek. (werken)
Options: werk, werkt, werken
Kies de juiste vorm van het werkwoord in de tegenwoordige tijd. Let op enkelvoud en meervoud.
Question 1
Ik _____ elke maandag in de bibliotheek. (werken)
Options: werk, werkt, werken
Question 2
Ik _____ vanavond soep voor mijn vrienden. (maken)
Options: maakt, maak, maken
Question 3
Ik _____ sinds kort dicht bij het station. (wonen)
Options: woont, wonen, woon
Question 4
Ik _____ morgen met de trein naar Groningen. (reizen)
Options: reis, reist, reizen
Question 5
Ik _____ deze route gemakkelijk. (vinden)
Options: vindt, vind, vinden
Question 6
Jij _____ op woensdag in het buurthuis. (werken)
Options: werk, werken, werkt
Question 7
U _____ in een rustige straat achter het station. (wonen)
Options: woont, woon, wonen
Question 8
Mijn broer _____ in een kleine winkel in het centrum. (werken)
Options: werken, werkt, werk
Question 9
Het kind _____ voor morgen een kort gedicht. (leren)
Options: leren, leer, leert
Question 10
De reiziger _____ op de bus naar Arnhem. (wachten)
Options: wacht, wachtt, wachten
Question 11
Nora _____ haar sleutel onder de stoel. (vinden)
Options: vind, vindt, vinden
Question 12
Mijn collega en ik _____ drie dagen per week op kantoor. (werken)
Options: werkt, werk, werken
Question 13
Sam en Vera, jullie _____ samen een foto van de groep. (maken)
Options: maken, maakt, maak
Question 14
Mijn buren _____ elke zomer met de trein door Nederland. (reizen)
Options: reist, reizen, reis
Question 15
De winkels in deze straat _____ iedere ochtend om negen uur. (openen)
Options: opent, open, openen
Practice De juiste vorm bij het onderwerp with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using De juiste vorm bij het onderwerp in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.