Question 1
Sorteer de werkwoordsvormen op stam, stam plus t of het hele werkwoord.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de werkwoordsvormen op stam, stam plus t of het hele werkwoord.
Question 2
Sorteer de zinnen op wat ze beschrijven: herhaling, een algemeen feit, een handeling op dit moment of een toekomstplan.
Question 3
Sorteer de zinnen op bevestigende mededeling, ontkennende mededeling of ja-neevraag.
Question 4
Sorteer de vormen volgens de laatste letter van de stam en de regel voor de uitgang.
Practice Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.