Question 1
Ik _____ elke dag naar mijn werk. (fietsen)
Options: fiets, fietst, fietsen
Kies de juiste vorm in gewoonten, feiten, situaties van nu, plannen, vragen en eenvoudige ontkenningen.
Question 1
Ik _____ elke dag naar mijn werk. (fietsen)
Options: fiets, fietst, fietsen
Question 2
Volgens het bord _____ de winkel iedere ochtend om negen uur. (openen)
Options: open, opent, openen
Question 3
We staan nu op het perron en _____ op de trein. (wachten)
Options: wacht, wachtt, wachten
Question 4
Morgen _____ ik thuis, want het kantoor is dicht. (werken)
Options: werk, werkt, werken
Question 5
Jij _____ vandaag op kantoor. _____ jij morgen thuis? (werken)
Options: werk, werkt, werken, Werken, Werkt, Werk
Question 6
U _____ in Utrecht. _____ u ook dicht bij het centrum? (wonen)
Options: woont, woon, wonen, Woon, Woont, Wonen
Question 7
Nora _____ vaak met de trein. _____ zij morgen ook naar Zwolle? (reizen)
Options: reis, reizen, reist, Reist, Reizen, Reis
Question 8
Jullie _____ Nederlands. _____ jullie ook Engels? (leren)
Options: leert, leren, leer, Leert, Leer, Leren
Question 9
Jij _____ bij de halte. _____ jij ook op bus twaalf? (wachten)
Options: wacht, wachtt, wachten, Wachtt, Wacht, Wachten
Question 10
Jij _____ de route duidelijk. _____ jij de andere route ook gemakkelijk? (vinden)
Options: vind, vinden, vindt, Vind, Vindt, Vinden
Question 11
Op zondag _____ ik niet; dan is de winkel dicht. (werken)
Options: werkt, werk, werken
Question 12
Op zijn adres staat Leiden. Hij woont _____ in Rotterdam.
Options: geen, een, niet
Question 13
Door de storing rijden er geen treinen. Wij reizen vandaag _____ met de trein.
Options: niet, geen, een
Question 14
Sara loopt naar het museum en koopt onderweg niets. Ze koopt dus _____ buskaartje.
Options: niet, geen, een
Question 15
De kinderen _____ in de tuin. _____ ze daar nu met de nieuwe bal? (spelen)
Options: speelt, speel, spelen, Speelt, Speel, Spelen
Practice Vandaag en morgen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vandaag en morgen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.