Fill in the blank

Vandaag en morgen

Kies de juiste vorm in gewoonten, feiten, situaties van nu, plannen, vragen en eenvoudige ontkenningen.

0 / 22 blanks filled0%

Question 1

Ik _____ elke dag naar mijn werk. (fietsen)

Options: fiets, fietst, fietsen

Question 2

Volgens het bord _____ de winkel iedere ochtend om negen uur. (openen)

Options: open, opent, openen

Question 3

We staan nu op het perron en _____ op de trein. (wachten)

Options: wacht, wachtt, wachten

Question 4

Morgen _____ ik thuis, want het kantoor is dicht. (werken)

Options: werk, werkt, werken

Question 5

Jij _____ vandaag op kantoor. _____ jij morgen thuis? (werken)

Options: werk, werkt, werken, Werken, Werkt, Werk

Question 6

U _____ in Utrecht. _____ u ook dicht bij het centrum? (wonen)

Options: woont, woon, wonen, Woon, Woont, Wonen

Question 7

Nora _____ vaak met de trein. _____ zij morgen ook naar Zwolle? (reizen)

Options: reis, reizen, reist, Reist, Reizen, Reis

Question 8

Jullie _____ Nederlands. _____ jullie ook Engels? (leren)

Options: leert, leren, leer, Leert, Leer, Leren

Question 9

Jij _____ bij de halte. _____ jij ook op bus twaalf? (wachten)

Options: wacht, wachtt, wachten, Wachtt, Wacht, Wachten

Question 10

Jij _____ de route duidelijk. _____ jij de andere route ook gemakkelijk? (vinden)

Options: vind, vinden, vindt, Vind, Vindt, Vinden

Question 11

Op zondag _____ ik niet; dan is de winkel dicht. (werken)

Options: werkt, werk, werken

Question 12

Op zijn adres staat Leiden. Hij woont _____ in Rotterdam.

Options: geen, een, niet

Question 13

Door de storing rijden er geen treinen. Wij reizen vandaag _____ met de trein.

Options: niet, geen, een

Question 14

Sara loopt naar het museum en koopt onderweg niets. Ze koopt dus _____ buskaartje.

Options: niet, geen, een

Question 15

De kinderen _____ in de tuin. _____ ze daar nu met de nieuwe bal? (spelen)

Options: speelt, speel, spelen, Speelt, Speel, Spelen

Practice Vandaag en morgen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vandaag en morgen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.