Fill in the blank

Verkleinwoorden met -je, -tje en -pje

Kies het passende verkleinwoord of lidwoord in de zin.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik neem maar één dun _____ mee op reis.

Options: boekje, boektje, boekpje

Question 2

Aan het einde van de straat staat een wit _____.

Options: huistje, huisje, huisetje

Question 3

Op mijn bureau ligt een kort _____ van de buurvrouw.

Options: brieftje, briefetje, briefje

Question 4

Na de lunch drinkt Amir een _____ koffie.

Options: kopje, koptje, koppetje

Question 5

Voor het kind zetten we een laag _____ bij de tafel.

Options: stoelje, stoeltje, stoelpje

Question 6

Op het speelgoedspoor rijdt een rood _____.

Options: treinje, treinpje, treintje

Question 7

In het poppenhuis zit een blauw _____ naast de trap.

Options: deurtje, deurje, deurpje

Question 8

Naast de bank staat een rond _____ voor de lamp.

Options: tafelje, tafeltje, tafeletje

Question 9

In de tuin planten we een jong _____.

Options: boomje, boomtje, boompje

Question 10

In de badkamer zit een klein _____ boven de wastafel.

Options: raampje, raamtje, raametje

Question 11

Het kind plukt voorzichtig een geel _____.

Options: bloemtje, bloempje, bloemje

Question 12

Voor de poppenkamer koopt Noor een klein _____.

Options: bezemje, bezemtje, bezempje

Question 13

Voor de peuter kopen we _____ met zijwieltjes.

Options: het fietsje, de fietsje, het fietsjes

Question 14

Er staat één huisje links en rechts staan _____.

Options: het huisjes, de huisjes, de huisjen

Question 15

Als dessert krijgt het kind een koud _____.

Options: ijstje, ijspje, ijsje

Practice Verkleinwoorden met -je, -tje en -pje with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verkleinwoorden met -je, -tje en -pje in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.